1. Aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en van bewaarportemonnees die op het moment van inwerkingtreding van deze wet geregistreerd stonden in het register, bedoeld in
artikel 23f van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme, zoals dat luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, mogen, tenzij die registratie wordt doorgehaald, hun diensten blijven aanbieden tot en met 30 juni 2025 of totdat hun overeenkomstig artikel 63 van Verordening (EU) 2023/1114van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010en (EU) nr. 1095/2010en Richtlijnen 2013/36/EUen (EU) 2019/1937(PbEU 2023, L 150) een vergunning is verleend of geweigerd, naargelang wat zich het eerst voordoet.
2. Op aanbieders als bedoeld in het eerste lid blijven de volgende bepalingen van toepassing, naar de tekst van die bepalingen zoals deze onmiddellijk voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wet luidden:
a. de bij of krachtens hoofdstukken 2 en 3 en de artikelen 23bb, 23d, derde lid, 23e, 23f en 23h tot en met 23j van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme gestelde regels, met dien verstande dat voor «de Nederlandsche Bank» «de Stichting Autoriteit Financiële Markten» wordt gelezen;
b. hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme, voor zover betrekking hebbend op de in onderdeel a bedoelde regels;
c. afdeling 5 van de Sanctiewet 1977.
3. Overtredingen van
hoofdstukken 2,
3en
3A van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme, begaan of aangevangen voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel J, worden afgehandeld door:
a. indien ter zake van de overtreding op dat moment reeds een rapport van bevindingen was opgesteld: De Nederlandsche Bank N.V.; of
b. indien ter zake nog geen rapport van bevindingen was opgesteld: de Autoriteit Financiële Markten.