1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, derde en vierde lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van Verordening (EU) 2024/2642is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in
artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977de informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Verordening (EU) 2024/2642verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Verordening (EU) 2024/2642verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 8 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, derde en vierde lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, en 8, eerste lid, van Verordening (EU) 2024/2642is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van Verordening (EU) 2024/2642, is de Minister van Financiën voor zover het betreft tegoeden, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor zover het betreft vastgoed, inclusief bedrijfspanden, de Minister van Economische Zaken voor zover het betreft niet-beursgenoteerde ondernemingen, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor zover het betreft kunst- en cultuurobjecten en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor zover het betreft vaar- en luchtvaartuigen.
4. De Minister die het aangaat is, of zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in
artikel 1 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenzijn, onverminderd de bepalingen terzake in bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, in afwijking van
artikel 10g van de Sanctiewet 1977bevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem bij of krachtens enig wettelijk voorschrift opgedragen taken, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in
artikel 2 van de Sanctiewet 1977, tenzij:
a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;
b. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde;
c. de vertrouwelijkheid van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
d. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die de Sanctiewet 1977 beoogt te beschermen; of
e. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
5. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van Verordening (EU) 2024/2642zijn:
a. alle bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen bij of krachtens de Sanctiewet 1977;
b. alle toezichthouders en toezichthoudende ambtenaren die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met het toezicht op de naleving van Verordening (EU) 2024/2642 of de bij of krachtens de Sanctiewet 1977 gestelde voorschriften;
c. of alle autoriteiten of beheerders van registers die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met de uitvoering van Verordening (EU) 2024/2642.