BWBR0050368
Artikel 1
Vaststellings- en terugvorderingsbeleid bij Subsidieregelingen beroepsopleiding sociaal advocaten
1 In overeenstemming met artikel 4:44 van de Awb dient de subsidieontvanger nadat de stage met gunstig gevolg is voltooid schriftelijk
een aanvraag tot subsidievaststelling in. De aanvraag volgt uiterlijk twee maanden
na afronding van de stage, met overlegging van de stageverklaring.
2 Drie jaar en twee maanden na het besluit tot subsidieverlening controleert de Raad
of de subsidieontvanger op basis van de ontvangen informatie aan de verplichtingen
heeft voldaan. Als eerder uit ontvangen informatie reeds blijkt dat de subsidieontvanger
niet kan voldoen aan de verplichtingen, kan de Raad eerder overgaan tot vaststelling.
3 Bij ontbrekende informatie wordt de subsidieontvanger in de gelegenheid gesteld de
ontbrekende informatie binnen vier weken alsnog aan te leveren.
4 Als de Raad op basis van de ontvangen informatie niet kan vaststellen dat is voldaan
aan de voorwaarden en voornemens is de subsidie lager vast te stellen en terug te
vorderen, stelt hij de subsidieontvanger in de gelegenheid binnen twee weken een zienswijze
in te dienen en daarbij stukken en informatie aan te leveren waaruit blijkt dat wel
aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
5 De Raad stelt de subsidie vast op het bedrag van het verstrekte voorschot als is voldaan
aan de verplichtingen. De volgende vier situaties worden niet beschouwd als tekortkoming:
a. De advocaat-stagiaire is tijdens de beroepsopleiding overgestapt naar een ander advocatenkantoor
waarbij de nieuwe patroon en tweede begeleider voldoen aan de voorwaarden in de subsidieregeling;
b. De opleiding heeft langer dan drie jaar geduurd en de subsidieontvanger heeft de Raad
daarover geïnformeerd;
c. De advocaat-stagiaire stopt noodgedwongen met de beroepsopleiding vanwege ziekte en/of
familieomstandigheden en kan dit aantonen;
6 De Raad stelt de subsidie lager vast als niet is voldaan aan de voorwaarden. Dit geldt
in ieder geval in de volgende gevallen:
a. de subsidieontvanger levert geen of onvoldoende informatie aan;
b. de advocaat-stagiaire stapt tijdens de beroepsopleiding over naar een ander advocatenkantoor
dat niet werkt op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand;
c. de advocaat-stagiaire wijzigt tijdens de beroepsopleiding van patroon of tweede begeleider
terwijl de nieuwe patroon of tweede begeleider niet aan de voorwaarden voldoet;
d. de advocaat-stagiaire stopt met de beroepsopleiding voordat deze succesvol is afgerond
om ander werk buiten de advocatuur te gaan uitoefenen;
e. aan de advocaat-stagiaire zijn gedurende de stage minder dan 60 toevoegingseenheden
afgegeven en er is geen of geen succesvol beroep gedaan op door de Raad toe te kennen
extra uren waarmee alsnog aan de eis had kunnen worden voldaan. Hierbij tellen 6 toegekende
extra uren mee voor één toevoegingseenheid.
Ook kan de Raad de subsidie lager vaststellen als de opleidingskosten lager blijken
te zijn dan de verstrekte subsidie.
een aanvraag tot subsidievaststelling in. De aanvraag volgt uiterlijk twee maanden
na afronding van de stage, met overlegging van de stageverklaring.
2 Drie jaar en twee maanden na het besluit tot subsidieverlening controleert de Raad
of de subsidieontvanger op basis van de ontvangen informatie aan de verplichtingen
heeft voldaan. Als eerder uit ontvangen informatie reeds blijkt dat de subsidieontvanger
niet kan voldoen aan de verplichtingen, kan de Raad eerder overgaan tot vaststelling.
3 Bij ontbrekende informatie wordt de subsidieontvanger in de gelegenheid gesteld de
ontbrekende informatie binnen vier weken alsnog aan te leveren.
4 Als de Raad op basis van de ontvangen informatie niet kan vaststellen dat is voldaan
aan de voorwaarden en voornemens is de subsidie lager vast te stellen en terug te
vorderen, stelt hij de subsidieontvanger in de gelegenheid binnen twee weken een zienswijze
in te dienen en daarbij stukken en informatie aan te leveren waaruit blijkt dat wel
aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
5 De Raad stelt de subsidie vast op het bedrag van het verstrekte voorschot als is voldaan
aan de verplichtingen. De volgende vier situaties worden niet beschouwd als tekortkoming:
a. De advocaat-stagiaire is tijdens de beroepsopleiding overgestapt naar een ander advocatenkantoor
waarbij de nieuwe patroon en tweede begeleider voldoen aan de voorwaarden in de subsidieregeling;
b. De opleiding heeft langer dan drie jaar geduurd en de subsidieontvanger heeft de Raad
daarover geïnformeerd;
c. De advocaat-stagiaire stopt noodgedwongen met de beroepsopleiding vanwege ziekte en/of
familieomstandigheden en kan dit aantonen;
6 De Raad stelt de subsidie lager vast als niet is voldaan aan de voorwaarden. Dit geldt
in ieder geval in de volgende gevallen:
a. de subsidieontvanger levert geen of onvoldoende informatie aan;
b. de advocaat-stagiaire stapt tijdens de beroepsopleiding over naar een ander advocatenkantoor
dat niet werkt op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand;
c. de advocaat-stagiaire wijzigt tijdens de beroepsopleiding van patroon of tweede begeleider
terwijl de nieuwe patroon of tweede begeleider niet aan de voorwaarden voldoet;
d. de advocaat-stagiaire stopt met de beroepsopleiding voordat deze succesvol is afgerond
om ander werk buiten de advocatuur te gaan uitoefenen;
e. aan de advocaat-stagiaire zijn gedurende de stage minder dan 60 toevoegingseenheden
afgegeven en er is geen of geen succesvol beroep gedaan op door de Raad toe te kennen
extra uren waarmee alsnog aan de eis had kunnen worden voldaan. Hierbij tellen 6 toegekende
extra uren mee voor één toevoegingseenheid.
Ook kan de Raad de subsidie lager vaststellen als de opleidingskosten lager blijken
te zijn dan de verstrekte subsidie.