BWBR0050271
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 4
Beleidsregel aanwijzingsprocedure regionale publieke media-instellingen 2024
In te dienen documenten Geen andere versie om mee te vergelijken 1 Voor het indienen van een aanvraag om aangewezen te worden als regionale publieke media-instelling dient gebruik te worden gemaakt van het (digitale) aanvraagformulier, zoals dat op de website van het Commissariaat ter beschikking is gesteld. 2 Een aanvraag wordt ingediend en ondertekend door een daartoe bevoegd persoon en dient ten minste te bevatten: a. de naam en het (e-mail)adres van de aanvragende rechtspersoon en van de natuurlijke persoon die de aanvraag indient; b. de dagtekening; c. de naam/namen van de provincie(s) waarvoor een aanvraag tot aanwijzing als regionale publieke media-instelling wordt ingediend; d. een exemplaar van de notarieel vastgelegde statuten van de aanvragende rechtspersoon; e. de ledenlijst van de mediaraad, waaruit blijkt wat de belangrijkste in de provincie(s) voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen zijn en door welke leden van de mediaraad deze stromingen worden vertegenwoordigd, inclusief een verklaring dat geen van de leden van de mediaraad een onverenigbare nevenfunctie heeft. 3 Naast de verplicht in te dienen documenten, zoals bedoeld in het tweede lid, beveelt het Commissariaat sterk aan om de volgende documenten in te dienen als onderdeel van de aanvraag, betrekking hebbend op de aanvragende rechtspersoon; a. het uittreksel van de Kamer van Koophandel, inclusief een overzicht van de namen en functies van de bestuursleden; b. het beleidsplan; c. het redactiestatuut; d. (concept)samenwerkingsovereenkomsten; e. een raming van de financiële middelen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om het voorgenomen media-aanbod te verwezenlijken en een raming voor de daaropvolgende vier jaar, inclusief een toelichting op de begrote inkomsten en uitgaven. 4 In het geval dat een aanvraag niet voldoet aan de in het tweede lid genoemde vereisten, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen een termijn van twee weken aan te vullen. Indien de aanvrager geen gebruikmaakt van die gelegenheid of de verstrekte gegevens en documenten onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kan het Commissariaat de aanvraag buiten behandeling stellen.