BWBR0050259
Artikel 6
Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023
6.1
De NZa toetst het door de opleidende zorgaanbieder aangevraagde aantal instroomplaatsen
voor (medisch) specialisten aan het verdeelplan. Het aantal opleidingsplaatsen (medisch)
specialist per opleiding in de beschikking kan het aantal instroomplaatsen uit het
verdeelplan niet overschrijden.
6.2
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen
voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding
niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding
worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.
6.3
De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch)
specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober
van jaar t–1.
6.4
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch)
specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie
van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.
6.5
De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, wordt berekend
aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de Minister ontvangt. Bij de
berekening van de beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de staffel,
zoals omschreven in artikel 6, tweede lid, van de aanwijzing4.
6.6
In afwijking van artikel 6.5 wordt voor een aantal opleidingen de beschikbaarheidbijdrage
waar de zorgaanbieder recht op heeft, berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen
die de NZa heeft vastgesteld. Het betreft de volgende opleidingen:
a. De ggz-opleidingen tot: gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog,
klinisch neuropsycholoog, psychiater in de ggz, klinisch geriater in de ggz, verpleegkundig
specialist in de ggz en verslavingsarts.
b. De opleidingen tot arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts en specialist ouderengeneeskunde.
c. De opleiding tot sportarts
Deze vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.
6.7
Voor de opleidingen zoals genoemd in artikel 6.6 sub a met uitzondering van de opleiding
tot verslavingsarts wordt bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage rekening
gehouden met een staffel. De staffel geldt per opleiding op basis van het aantal fte
opleidingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 3 staffels:
Staffel
1
0 tot en met 10 fte opleidelingen
2
Vanaf 10 tot en met 23 fte opleidelingen
3
Vanaf 23 fte opleidelingen
6.8
De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.
De NZa toetst het door de opleidende zorgaanbieder aangevraagde aantal instroomplaatsen
voor (medisch) specialisten aan het verdeelplan. Het aantal opleidingsplaatsen (medisch)
specialist per opleiding in de beschikking kan het aantal instroomplaatsen uit het
verdeelplan niet overschrijden.
6.2
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen
voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding
niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding
worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.
6.3
De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch)
specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober
van jaar t–1.
6.4
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch)
specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie
van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.
6.5
De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, wordt berekend
aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de Minister ontvangt. Bij de
berekening van de beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de staffel,
zoals omschreven in artikel 6, tweede lid, van de aanwijzing4.
6.6
In afwijking van artikel 6.5 wordt voor een aantal opleidingen de beschikbaarheidbijdrage
waar de zorgaanbieder recht op heeft, berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen
die de NZa heeft vastgesteld. Het betreft de volgende opleidingen:
a. De ggz-opleidingen tot: gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog,
klinisch neuropsycholoog, psychiater in de ggz, klinisch geriater in de ggz, verpleegkundig
specialist in de ggz en verslavingsarts.
b. De opleidingen tot arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts en specialist ouderengeneeskunde.
c. De opleiding tot sportarts
Deze vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.
6.7
Voor de opleidingen zoals genoemd in artikel 6.6 sub a met uitzondering van de opleiding
tot verslavingsarts wordt bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage rekening
gehouden met een staffel. De staffel geldt per opleiding op basis van het aantal fte
opleidingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 3 staffels:
Staffel
1
0 tot en met 10 fte opleidelingen
2
Vanaf 10 tot en met 23 fte opleidelingen
3
Vanaf 23 fte opleidelingen
6.8
De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.