BWBR0050259
Artikel 4
Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023
4.1
De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage aan opleidende zorgaanbieders ter vergoeding
van de kosten die de zorgaanbieder daadwerkelijk maakt voor het verzorgen van (medische)
vervolgopleidingen, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 1, sub a, b en c van de bijlage.
4.2
De NZa verstrekt uitsluitend beschikbaarheidbijdragen aan opleidende zorgaanbieders
die door een registratiecommissie als genoemd in artikel 1.17, de opleidingsinstituten als genoemd in artikel 1.18 en 1.19 of het CZO als genoemd
in artikel 1.26, erkend zijn om een (medische) vervolgopleiding te verzorgen.
4.3 Berekening aantal gerealiseerde fte
De berekening van de realisatie per (medisch) specialist in opleiding (in fte) vindt
plaats volgens de volgende formule:
Aantal uren opleiding volgens de personeels- of salarisadministratie van de zorgaanbieder'
gedeeld door ‘uren reguliere werkweek overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve
arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling.
De collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling wordt gehanteerd
van de opleidende zorgaanbieder waar de (medisch) specialist in opleiding zijn formeel
dienstverband heeft. Het aantal uren dat voor één persoon wordt ingevoerd in de aanvraag
mag nooit leiden tot een realisatie hoger dan 1 fte.
Boventallige (medisch) specialisten in opleiding, zoals beschreven in artikel 1.16, komen niet in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage en mogen niet in de berekening
van de realisatie worden meegenomen.
In de toelichting van deze beleidsregel worden een aantal rekenvoorbeelden gegeven
van hoe het aantal gerealiseerde fte moet worden berekend.
Maximum fte in opleiding voor ggz-opleidingen conform het opleidingsregister
Voor een aantal opleidingen in de ggz bestaat een maximum aantal uren dat een opleideling
in opleiding mag zijn per week. Het aantal gerealiseerde fte per opleideling mag niet
boven dit maximum uitkomen. Een opleideling mag voor meer uren dan het maximum in
dienst zijn bij de opleidende zorgaanbieder, maar deze zorgaanbieder mag voor de uren
boven het maximum geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.
• Voor de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog geldt een maximum van 36 opleidingsuren
per week (1 fte).
• Voor de opleiding tot klinisch psycholoog geldt een maximum van 27 opleidingsuren
per werkweek (0,75 fte).
• Voor de opleiding tot klinisch neuropsycholoog geldt een maximum van 27 opleidingsuren
per werkweek (0,75 fte).
• Voor de opleiding tot psychotherapeut geldt een maximum van 18 opleidingsuren per
werkweek (0,50 fte).
• Voor de opleiding tot verpleegkundig specialist in de ggz geldt een maximum van 36
opleidingsuren per werkweek (1 fte).
4.4
De NZa beoordeelt de ontvangen aanvragen aan de criteria gesteld in deze beleidsregel
en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
4.5
In aanvulling op het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ gelden de volgende voorwaarden, voorschriften en beperkingen ten aanzien van de
beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen:
a. De opleidende zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het juist en tijdig laten registreren
van de opleidingsgegevens van de (medisch) specialist in opleiding bij desbetreffende
registratiecommissie, zoals genoemd in artikel 1.17 of het CZO als genoemd in artikel 1.26.
b. Het is van belang dat de opleidende zorgaanbieder uiterlijk 31 december van het subsidiejaar
(jaar t) een opleideling koppelt aan een toegekende instroomplaats in het opleidingsregister
van de desbetreffende registratiecommissie. Als een opleideling uiterlijk 31 december
van het subsidiejaar niet is gekoppeld aan een instroomplaats, dan ontvangt de zorgaanbieder
voor dat subsidiejaar geen beschikbaarheidbijdrage voor deze instromer.
c. De zorgaanbieder kan voor deze opleideling wel een doorstroomsubsidie voor jaar t+1
aanvragen als de opleideling door de registratiecommissie in jaar t+1 als doorstromer
wordt aangemerkt.
d. De situatie kan zich voordoen dat een zorgaanbieder een afwijzing ontvangt op zijn
aanvraag tot verlening voor jaar t+1, omdat de zorgaanbieder alleen één doorstromer
in opleiding heeft die niet tijdig als instromer is gekoppeld in jaar t. In afwijking
van artikel 5.1.3 van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ kan de NZa in deze situatie de beschikbaarheidbijdrage voor jaar t+1 vaststellen
zonder dat er voorafgaand een verleningsbeschikking is afgegeven.
e. Voor de ziekenhuisopleidingen geldt het volgende:
f. Het is van belang dat de opleidende zorgaanbieder de opleideling registreert in het
Opleidingsregister van het CZO. Voor de ziekenhuisopleidingen waar zowel beschikbaarheidbijdrage
voor instromers als gediplomeerden kan worden aangevraagd, is het volgende van toepassing:
De opleideling dient uiterlijk 31 december van het instroomjaar geregistreerd te staan
bij het CZO. Als een opleideling niet op 31 december van het instroomjaar is geregistreerd
bij het CZO, dan ontvangt de zorgaanbieder geen beschikbaarheidbijdrage voor deze
instromer. De zorgaanbieder kan voor deze opleideling nog wel een beschikbaarheidbijdrage
voor diplomering ontvangen als registratie in het Opleidingsregister alsnog plaatsvindt
en de diplomering uiterlijk 31 december van het jaar van diplomering is aangevraagd
bij het CZO. Voor de ziekenhuisopleidingen waar alleen beschikbaarheidbijdrage per
gediplomeerde kan worden aangevraagd, is het volgende van toepassing: de zorgaanbieder
moet uiterlijk 31 december van het jaar van diplomering het diploma hebben aangevraagd
bij het CZO.
g. Substitutie van toegewezen fte’s tussen soorten opleidingen en substitutie van fte’s
tussen de categorieën instroom en doorstroom is niet mogelijk.
h. Het is toegestaan dat opleidelingen met een vooropleiding tijdens de opleiding overstappen
naar een ander specialisme met dezelfde vooropleiding, mits uiterlijk 31 december
van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het opleidingsschema volledig is goedgekeurd
door desbetreffende registratiecommissie en dit is opgenomen in het opleidingsregister
van desbetreffende registratiecommissie.
i. Er wordt geen beschikbaarheidbijdrage verstrekt voor (medisch) specialisten in opleiding
die zijn ingestroomd voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder
of voor rekening van derden. Er wordt ook geen beschikbaarheidbijdrage verstrekt voor
deze (medisch) specialisten in opleiding in latere jaren. Uitzondering op dit laatste
vormt de (medisch) specialist in opleiding die later instroomt op een instroomplaats
die in het verdeelplan is toegewezen aan de opleidende zorgaanbieder.
j. De beschikbaarheidbijdrage wordt uitsluitend verstrekt indien voor diezelfde kosten
niet reeds op grond van een andere subsidieregeling subsidie wordt aangevraagd en
toegekend.
k. De beschikbaarheidbijdrage wordt, met inachtneming van het aantal subsidiabele opleidingsplaatsen
per opleiding, alleen verstrekt aan de opleidende zorgaanbieder bij wie de (medisch)
specialist in opleiding volgens de desbetreffende registratiecommissie geregistreerd
staat.
l. Niet-gerealiseerde instroom, als vastgelegd in het verdeelplan, van beroepsbeoefenaren
in opleiding kan niet worden doorgeschoven naar een volgend kalenderjaar.
m. Bij de bepaling van het gerealiseerde aantal opleidingsplaatsen dient rekening te
worden gehouden met het startmoment en de einddatum van de opleiding en met deeltijdarbeid
zoals vermeld in de (leer)-arbeidsovereenkomst.
n. De opleidende zorgaanbieder doet direct schriftelijk mededeling aan de NZa wanneer
een opleidingserkenning wordt ingetrokken of van andere omstandigheden die van belang
kunnen zijn voor (een beslissing tot intrekking van) de beschikbaarheidbijdrage, zoals
een fusie of een faillissement. Daarbij worden relevante stukken overlegd.
4.6 Faillissementen
Als de rechtbank het faillissement van een zorgaanbieder heeft uitgesproken en een
curator heeft aangesteld, dient de curator de aanvraag tot vaststelling namens de
failliete zorgaanbieder in. Dit doet de curator voor de subsidiejaren waarvoor de
failliete zorgaanbieder nog geen vaststelling heeft ingediend, maar wel een verleningsbeschikking
heeft ontvangen. De curator handelt daarbij volgens de voorschriften en voorwaarden
uit deze beleidsregel en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
Als een failliete zorgaanbieder een aanvraag indient voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage,
neemt de NZa deze aanvraag niet in behandeling. Als het faillissement vóór 1 januari
van jaar t wordt uitgesproken en de verleningsbeschikking voor jaar t reeds door de
NZa is afgegeven, kan de NZa de verleningsbeschikking intrekken en de uitgekeerde
voorschotten terugvorderen. Er is dan immers vanwege het faillissement niet opgeleid
in jaar t.
4.7 Fusie en overname
Als een juridische fusie tussen of overname van opleidende zorgaanbieders op 1 januari
van jaar t plaatsvindt, gaat de NZa in jaar t uit van de gefuseerde zorgaanbieder.
De gefuseerde zorgaanbieder dient voor zowel de verlening als de vaststelling van
jaar t één aanvraag in op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder. De NZa geeft
op basis van deze aanvraag voor zowel de verlening als de vaststelling één beschikking
af op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder.
Als een juridische fusie tussen of overname van opleidende zorgaanbieders plaatsvindt
na 1 januari van jaar t, gaat de NZa voor de verlening en vaststelling van jaar t
uit van de afzonderlijke zorgaanbieders. Beide zorgaanbieders dienen voor zowel de
verlening als vaststelling van jaar t een aanvraag in op hun eigen NZa-nummer. De
NZa geeft op basis van deze aanvragen voor zowel de verlening als de vaststelling
een beschikking per zorgaanbieder af op hun eigen NZa-nummer.
Vanaf het jaar dat volgt op de fusie of overname gaat de NZa voor de verlening en
de vaststelling uit van de gefuseerde zorgaanbieder. Dit betekent dat de gefuseerde
zorgaanbieder voor zowel de verlening als de vaststelling vanaf het jaar volgend op
de fusie of overname één aanvraag moet indienen op het NZa-nummer van de gefuseerde
zorgaanbieder.
4.8
De vergoedingsbedragen, zoals vastgesteld in de aanwijzing of door de NZa, zijn gedurende
de gehele opleiding gekoppeld aan het specialisme waar de betreffende (medisch) specialist
is ingestroomd.
4.9
Een (medisch) specialist of medisch beroepsbeoefenaar in dienst van het Ministerie
van Defensie kan niet instromen op een instroomplaats. (Medisch) specialisten of medisch
beroepsbeoefenaren in dienst van het Ministerie van Defensie die hun opleiding zijn
gestart vóór het jaar 2022 en waarvoor reeds een beschikbaarheidbijdrage is toegekend,
blijven in aanmerking komen voor een beschikbaarheidbijdrage.
4.10
De vastgestelde beschikbaarheidbijdrage wordt verrekend met de bevoorschotting. Wanneer
de definitieve beschikbaarheidbijdrage hoger uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt
de NZa in de vaststellingsbeschikking dat het openstaande bedrag door Zorginstituut
Nederland wordt voldaan aan de opleidende zorgaanbieder. Wanneer de definitieve beschikbaarheidbijdrage
lager uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt de NZa in de vaststellingsbeschikking
dat de opleidende zorgaanbieder het terug te betalen bedrag dient te voldoen aan Zorginstituut
Nederland.
De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage aan opleidende zorgaanbieders ter vergoeding
van de kosten die de zorgaanbieder daadwerkelijk maakt voor het verzorgen van (medische)
vervolgopleidingen, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 1, sub a, b en c van de bijlage.
4.2
De NZa verstrekt uitsluitend beschikbaarheidbijdragen aan opleidende zorgaanbieders
die door een registratiecommissie als genoemd in artikel 1.17, de opleidingsinstituten als genoemd in artikel 1.18 en 1.19 of het CZO als genoemd
in artikel 1.26, erkend zijn om een (medische) vervolgopleiding te verzorgen.
4.3 Berekening aantal gerealiseerde fte
De berekening van de realisatie per (medisch) specialist in opleiding (in fte) vindt
plaats volgens de volgende formule:
Aantal uren opleiding volgens de personeels- of salarisadministratie van de zorgaanbieder'
gedeeld door ‘uren reguliere werkweek overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve
arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling.
De collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling wordt gehanteerd
van de opleidende zorgaanbieder waar de (medisch) specialist in opleiding zijn formeel
dienstverband heeft. Het aantal uren dat voor één persoon wordt ingevoerd in de aanvraag
mag nooit leiden tot een realisatie hoger dan 1 fte.
Boventallige (medisch) specialisten in opleiding, zoals beschreven in artikel 1.16, komen niet in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage en mogen niet in de berekening
van de realisatie worden meegenomen.
In de toelichting van deze beleidsregel worden een aantal rekenvoorbeelden gegeven
van hoe het aantal gerealiseerde fte moet worden berekend.
Maximum fte in opleiding voor ggz-opleidingen conform het opleidingsregister
Voor een aantal opleidingen in de ggz bestaat een maximum aantal uren dat een opleideling
in opleiding mag zijn per week. Het aantal gerealiseerde fte per opleideling mag niet
boven dit maximum uitkomen. Een opleideling mag voor meer uren dan het maximum in
dienst zijn bij de opleidende zorgaanbieder, maar deze zorgaanbieder mag voor de uren
boven het maximum geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.
• Voor de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog geldt een maximum van 36 opleidingsuren
per week (1 fte).
• Voor de opleiding tot klinisch psycholoog geldt een maximum van 27 opleidingsuren
per werkweek (0,75 fte).
• Voor de opleiding tot klinisch neuropsycholoog geldt een maximum van 27 opleidingsuren
per werkweek (0,75 fte).
• Voor de opleiding tot psychotherapeut geldt een maximum van 18 opleidingsuren per
werkweek (0,50 fte).
• Voor de opleiding tot verpleegkundig specialist in de ggz geldt een maximum van 36
opleidingsuren per werkweek (1 fte).
4.4
De NZa beoordeelt de ontvangen aanvragen aan de criteria gesteld in deze beleidsregel
en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
4.5
In aanvulling op het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ gelden de volgende voorwaarden, voorschriften en beperkingen ten aanzien van de
beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen:
a. De opleidende zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het juist en tijdig laten registreren
van de opleidingsgegevens van de (medisch) specialist in opleiding bij desbetreffende
registratiecommissie, zoals genoemd in artikel 1.17 of het CZO als genoemd in artikel 1.26.
b. Het is van belang dat de opleidende zorgaanbieder uiterlijk 31 december van het subsidiejaar
(jaar t) een opleideling koppelt aan een toegekende instroomplaats in het opleidingsregister
van de desbetreffende registratiecommissie. Als een opleideling uiterlijk 31 december
van het subsidiejaar niet is gekoppeld aan een instroomplaats, dan ontvangt de zorgaanbieder
voor dat subsidiejaar geen beschikbaarheidbijdrage voor deze instromer.
c. De zorgaanbieder kan voor deze opleideling wel een doorstroomsubsidie voor jaar t+1
aanvragen als de opleideling door de registratiecommissie in jaar t+1 als doorstromer
wordt aangemerkt.
d. De situatie kan zich voordoen dat een zorgaanbieder een afwijzing ontvangt op zijn
aanvraag tot verlening voor jaar t+1, omdat de zorgaanbieder alleen één doorstromer
in opleiding heeft die niet tijdig als instromer is gekoppeld in jaar t. In afwijking
van artikel 5.1.3 van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ kan de NZa in deze situatie de beschikbaarheidbijdrage voor jaar t+1 vaststellen
zonder dat er voorafgaand een verleningsbeschikking is afgegeven.
e. Voor de ziekenhuisopleidingen geldt het volgende:
f. Het is van belang dat de opleidende zorgaanbieder de opleideling registreert in het
Opleidingsregister van het CZO. Voor de ziekenhuisopleidingen waar zowel beschikbaarheidbijdrage
voor instromers als gediplomeerden kan worden aangevraagd, is het volgende van toepassing:
De opleideling dient uiterlijk 31 december van het instroomjaar geregistreerd te staan
bij het CZO. Als een opleideling niet op 31 december van het instroomjaar is geregistreerd
bij het CZO, dan ontvangt de zorgaanbieder geen beschikbaarheidbijdrage voor deze
instromer. De zorgaanbieder kan voor deze opleideling nog wel een beschikbaarheidbijdrage
voor diplomering ontvangen als registratie in het Opleidingsregister alsnog plaatsvindt
en de diplomering uiterlijk 31 december van het jaar van diplomering is aangevraagd
bij het CZO. Voor de ziekenhuisopleidingen waar alleen beschikbaarheidbijdrage per
gediplomeerde kan worden aangevraagd, is het volgende van toepassing: de zorgaanbieder
moet uiterlijk 31 december van het jaar van diplomering het diploma hebben aangevraagd
bij het CZO.
g. Substitutie van toegewezen fte’s tussen soorten opleidingen en substitutie van fte’s
tussen de categorieën instroom en doorstroom is niet mogelijk.
h. Het is toegestaan dat opleidelingen met een vooropleiding tijdens de opleiding overstappen
naar een ander specialisme met dezelfde vooropleiding, mits uiterlijk 31 december
van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het opleidingsschema volledig is goedgekeurd
door desbetreffende registratiecommissie en dit is opgenomen in het opleidingsregister
van desbetreffende registratiecommissie.
i. Er wordt geen beschikbaarheidbijdrage verstrekt voor (medisch) specialisten in opleiding
die zijn ingestroomd voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder
of voor rekening van derden. Er wordt ook geen beschikbaarheidbijdrage verstrekt voor
deze (medisch) specialisten in opleiding in latere jaren. Uitzondering op dit laatste
vormt de (medisch) specialist in opleiding die later instroomt op een instroomplaats
die in het verdeelplan is toegewezen aan de opleidende zorgaanbieder.
j. De beschikbaarheidbijdrage wordt uitsluitend verstrekt indien voor diezelfde kosten
niet reeds op grond van een andere subsidieregeling subsidie wordt aangevraagd en
toegekend.
k. De beschikbaarheidbijdrage wordt, met inachtneming van het aantal subsidiabele opleidingsplaatsen
per opleiding, alleen verstrekt aan de opleidende zorgaanbieder bij wie de (medisch)
specialist in opleiding volgens de desbetreffende registratiecommissie geregistreerd
staat.
l. Niet-gerealiseerde instroom, als vastgelegd in het verdeelplan, van beroepsbeoefenaren
in opleiding kan niet worden doorgeschoven naar een volgend kalenderjaar.
m. Bij de bepaling van het gerealiseerde aantal opleidingsplaatsen dient rekening te
worden gehouden met het startmoment en de einddatum van de opleiding en met deeltijdarbeid
zoals vermeld in de (leer)-arbeidsovereenkomst.
n. De opleidende zorgaanbieder doet direct schriftelijk mededeling aan de NZa wanneer
een opleidingserkenning wordt ingetrokken of van andere omstandigheden die van belang
kunnen zijn voor (een beslissing tot intrekking van) de beschikbaarheidbijdrage, zoals
een fusie of een faillissement. Daarbij worden relevante stukken overlegd.
4.6 Faillissementen
Als de rechtbank het faillissement van een zorgaanbieder heeft uitgesproken en een
curator heeft aangesteld, dient de curator de aanvraag tot vaststelling namens de
failliete zorgaanbieder in. Dit doet de curator voor de subsidiejaren waarvoor de
failliete zorgaanbieder nog geen vaststelling heeft ingediend, maar wel een verleningsbeschikking
heeft ontvangen. De curator handelt daarbij volgens de voorschriften en voorwaarden
uit deze beleidsregel en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
Als een failliete zorgaanbieder een aanvraag indient voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage,
neemt de NZa deze aanvraag niet in behandeling. Als het faillissement vóór 1 januari
van jaar t wordt uitgesproken en de verleningsbeschikking voor jaar t reeds door de
NZa is afgegeven, kan de NZa de verleningsbeschikking intrekken en de uitgekeerde
voorschotten terugvorderen. Er is dan immers vanwege het faillissement niet opgeleid
in jaar t.
4.7 Fusie en overname
Als een juridische fusie tussen of overname van opleidende zorgaanbieders op 1 januari
van jaar t plaatsvindt, gaat de NZa in jaar t uit van de gefuseerde zorgaanbieder.
De gefuseerde zorgaanbieder dient voor zowel de verlening als de vaststelling van
jaar t één aanvraag in op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder. De NZa geeft
op basis van deze aanvraag voor zowel de verlening als de vaststelling één beschikking
af op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder.
Als een juridische fusie tussen of overname van opleidende zorgaanbieders plaatsvindt
na 1 januari van jaar t, gaat de NZa voor de verlening en vaststelling van jaar t
uit van de afzonderlijke zorgaanbieders. Beide zorgaanbieders dienen voor zowel de
verlening als vaststelling van jaar t een aanvraag in op hun eigen NZa-nummer. De
NZa geeft op basis van deze aanvragen voor zowel de verlening als de vaststelling
een beschikking per zorgaanbieder af op hun eigen NZa-nummer.
Vanaf het jaar dat volgt op de fusie of overname gaat de NZa voor de verlening en
de vaststelling uit van de gefuseerde zorgaanbieder. Dit betekent dat de gefuseerde
zorgaanbieder voor zowel de verlening als de vaststelling vanaf het jaar volgend op
de fusie of overname één aanvraag moet indienen op het NZa-nummer van de gefuseerde
zorgaanbieder.
4.8
De vergoedingsbedragen, zoals vastgesteld in de aanwijzing of door de NZa, zijn gedurende
de gehele opleiding gekoppeld aan het specialisme waar de betreffende (medisch) specialist
is ingestroomd.
4.9
Een (medisch) specialist of medisch beroepsbeoefenaar in dienst van het Ministerie
van Defensie kan niet instromen op een instroomplaats. (Medisch) specialisten of medisch
beroepsbeoefenaren in dienst van het Ministerie van Defensie die hun opleiding zijn
gestart vóór het jaar 2022 en waarvoor reeds een beschikbaarheidbijdrage is toegekend,
blijven in aanmerking komen voor een beschikbaarheidbijdrage.
4.10
De vastgestelde beschikbaarheidbijdrage wordt verrekend met de bevoorschotting. Wanneer
de definitieve beschikbaarheidbijdrage hoger uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt
de NZa in de vaststellingsbeschikking dat het openstaande bedrag door Zorginstituut
Nederland wordt voldaan aan de opleidende zorgaanbieder. Wanneer de definitieve beschikbaarheidbijdrage
lager uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt de NZa in de vaststellingsbeschikking
dat de opleidende zorgaanbieder het terug te betalen bedrag dient te voldoen aan Zorginstituut
Nederland.