BWBR0050259
Artikel 11
Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023
De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor de ziekenhuisopleidingen wordt vastgesteld
door het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen per ziekenhuisopleiding te vermenigvuldigen
met het corresponderende vergoedingsbedrag. De vergoedingsbedragen voor ziekenhuisopleidingen
zijn vastgesteld door de Minister en worden jaarlijks geïndexeerd door de NZa.
Voor de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor de ziekenhuisopleidingen
geldt het volgende:
a. Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen, uitgedrukt in het aantal instromers en
het aantal gediplomeerden, wordt vastgesteld op basis van de opleidingsopgave van
het CZO over jaar t.
b. Voor alle ziekenhuisopleidingen ontvangt de opleidende zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage
per gediplomeerde.
c. Voor de opleidingen tot operatieassistent in service, anesthesiemedewerker in service,
radiodiagnostisch laborant in service, radiotherapeutisch laborant in service en klinisch
perfusionist ontvangt de opleidende zorgaanbieder ook een beschikbaarheidbijdrage
per instromer.
d. Wanneer een opleidende zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage voor een opleidingsplaats
ontvangt, dient een erkenning door het CZO voor deze opleiding aanwezig te zijn. Dit
betekent voor de bekostiging van opleidingsplaatsen dat op het moment dat het diploma
behaald wordt, een erkenning aanwezig is voor de desbetreffende opleiding.
Bij de opleidingen tot operatieassistent in service, anesthesiemedewerker in service,
radiodiagnostisch laborant in service, radiotherapeutisch laborant in service en klinisch
perfusionist dient de erkenning (ook) aanwezig te zijn wanneer wordt gestart met de
opleiding.
e. Een opleideling kan maar één keer instroomsubsidie ontvangen voor dezelfde ziekenhuisopleiding.
door het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen per ziekenhuisopleiding te vermenigvuldigen
met het corresponderende vergoedingsbedrag. De vergoedingsbedragen voor ziekenhuisopleidingen
zijn vastgesteld door de Minister en worden jaarlijks geïndexeerd door de NZa.
Voor de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor de ziekenhuisopleidingen
geldt het volgende:
a. Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen, uitgedrukt in het aantal instromers en
het aantal gediplomeerden, wordt vastgesteld op basis van de opleidingsopgave van
het CZO over jaar t.
b. Voor alle ziekenhuisopleidingen ontvangt de opleidende zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage
per gediplomeerde.
c. Voor de opleidingen tot operatieassistent in service, anesthesiemedewerker in service,
radiodiagnostisch laborant in service, radiotherapeutisch laborant in service en klinisch
perfusionist ontvangt de opleidende zorgaanbieder ook een beschikbaarheidbijdrage
per instromer.
d. Wanneer een opleidende zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage voor een opleidingsplaats
ontvangt, dient een erkenning door het CZO voor deze opleiding aanwezig te zijn. Dit
betekent voor de bekostiging van opleidingsplaatsen dat op het moment dat het diploma
behaald wordt, een erkenning aanwezig is voor de desbetreffende opleiding.
Bij de opleidingen tot operatieassistent in service, anesthesiemedewerker in service,
radiodiagnostisch laborant in service, radiotherapeutisch laborant in service en klinisch
perfusionist dient de erkenning (ook) aanwezig te zijn wanneer wordt gestart met de
opleiding.
e. Een opleideling kan maar één keer instroomsubsidie ontvangen voor dezelfde ziekenhuisopleiding.