BWBR0050215
Artikel 7
Beleidsregel innovatie voor kleinschalige experimenten
1 De NZa evalueert een experiment op basis van de tussentijdse experimentevaluatie aangeleverd
door de experimenteerpartijen en eventueel ook aansluiters. Deze tussenevaluatie bevat
ten minste:
a. De kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van het experiment tot aan het peilmoment,
waaruit blijkt in hoeverre de doelstelling van het experiment gehaald is, evenals
de mate waarin een betere prijs/kwaliteitverhouding van zorg behaald is;
b. Het oordeel van de zorgaanbieder(s) over de (tussentijdse) resultaten van het experiment;
c. Het oordeel van de ziektekostenverzekeraar(s) over de (tussentijdse) resultaten van
het experiment;
d. De kosten van het experiment tot aan het peilmoment op basis van het aantal gedeclareerde
prestaties maal het tarief;
e. Indien bij de tussenevaluatie al bekend is dat de experimenteerpartijen de zorgprestatie
na de experimenteerperiode niet willen voortzetten, de reden waarom zij de zorgprestatie
niet willen voortzetten;
f. Indien bij de tussenevaluatie al bekend is dat de experimenteerpartijen de zorgprestatie
na de experimenteerperiode willen voortzetten, de reden waarom zij de zorgprestatie
willen voortzetten en welke vorm van voortzetting zij hiervoor het meest passend achten.
2 De tussenevaluatie dient halverwege de looptijd van het experiment door de experimenteerpartijen
aan de NZa ter beschikking te worden gesteld.
door de experimenteerpartijen en eventueel ook aansluiters. Deze tussenevaluatie bevat
ten minste:
a. De kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van het experiment tot aan het peilmoment,
waaruit blijkt in hoeverre de doelstelling van het experiment gehaald is, evenals
de mate waarin een betere prijs/kwaliteitverhouding van zorg behaald is;
b. Het oordeel van de zorgaanbieder(s) over de (tussentijdse) resultaten van het experiment;
c. Het oordeel van de ziektekostenverzekeraar(s) over de (tussentijdse) resultaten van
het experiment;
d. De kosten van het experiment tot aan het peilmoment op basis van het aantal gedeclareerde
prestaties maal het tarief;
e. Indien bij de tussenevaluatie al bekend is dat de experimenteerpartijen de zorgprestatie
na de experimenteerperiode niet willen voortzetten, de reden waarom zij de zorgprestatie
niet willen voortzetten;
f. Indien bij de tussenevaluatie al bekend is dat de experimenteerpartijen de zorgprestatie
na de experimenteerperiode willen voortzetten, de reden waarom zij de zorgprestatie
willen voortzetten en welke vorm van voortzetting zij hiervoor het meest passend achten.
2 De tussenevaluatie dient halverwege de looptijd van het experiment door de experimenteerpartijen
aan de NZa ter beschikking te worden gesteld.