BWBR0050211
Geldig vanaf 01-01-2025
Artikel 5
Regeling innovatie voor kleinschalige experimenten
1. De zorgaanbieder declareert geen innovatieve zorgprestatie indien de zorg reeds op andere wijze wordt gedeclareerd dan wel bekostigd.
2. De zorgaanbieder dient op de declaratie onderscheid te maken tussen Zvw, Wlz of overige Wmg-zorg.
3. De zorgaanbieder declareert de innovatieve zorgprestatie uitsluitend aan:
a. een ziektekostenverzekeraar met wie daartoe een experimentovereenkomst of aansluitersovereenkomst is gesloten en de NZa hiervoor een individuele beschikking heeft afgegeven; óf
b. een verzekerde die een daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft gesloten bij een onder 5.3 a genoemde ziektekostenverzekeraar.
4. De zorgaanbieder declareert de innovatieve zorgprestatie van experimenten met Zvw of overige Wmg-zorg aan de hand van de codes zoals deze zijn op te vragen bij Vektis.
2. De zorgaanbieder dient op de declaratie onderscheid te maken tussen Zvw, Wlz of overige Wmg-zorg.
3. De zorgaanbieder declareert de innovatieve zorgprestatie uitsluitend aan:
a. een ziektekostenverzekeraar met wie daartoe een experimentovereenkomst of aansluitersovereenkomst is gesloten en de NZa hiervoor een individuele beschikking heeft afgegeven; óf
b. een verzekerde die een daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft gesloten bij een onder 5.3 a genoemde ziektekostenverzekeraar.
4. De zorgaanbieder declareert de innovatieve zorgprestatie van experimenten met Zvw of overige Wmg-zorg aan de hand van de codes zoals deze zijn op te vragen bij Vektis.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050211
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl