BWBR0050211
Artikel 5
Regeling innovatie voor kleinschalige experimenten
1 De zorgaanbieder declareert geen innovatieve zorgprestatie indien de zorg reeds op
andere wijze wordt gedeclareerd dan wel bekostigd.
2 De zorgaanbieder dient op de declaratie onderscheid te maken tussen Zvw, Wlz of overige
Wmg-zorg.
3 De zorgaanbieder declareert de innovatieve zorgprestatie uitsluitend aan:
a. een ziektekostenverzekeraar met wie daartoe een experimentovereenkomst of aansluitersovereenkomst
is gesloten en de NZa hiervoor een individuele beschikking heeft afgegeven; óf
b. een verzekerde die een daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft gesloten
bij een onder 5.3 a genoemde ziektekostenverzekeraar.
4 De zorgaanbieder declareert de innovatieve zorgprestatie van experimenten met Zvw
of overige Wmg-zorg aan de hand van de codes zoals deze zijn op te vragen bij Vektis.
andere wijze wordt gedeclareerd dan wel bekostigd.
2 De zorgaanbieder dient op de declaratie onderscheid te maken tussen Zvw, Wlz of overige
Wmg-zorg.
3 De zorgaanbieder declareert de innovatieve zorgprestatie uitsluitend aan:
a. een ziektekostenverzekeraar met wie daartoe een experimentovereenkomst of aansluitersovereenkomst
is gesloten en de NZa hiervoor een individuele beschikking heeft afgegeven; óf
b. een verzekerde die een daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft gesloten
bij een onder 5.3 a genoemde ziektekostenverzekeraar.
4 De zorgaanbieder declareert de innovatieve zorgprestatie van experimenten met Zvw
of overige Wmg-zorg aan de hand van de codes zoals deze zijn op te vragen bij Vektis.