BWBR0050183
Geldig vanaf 2024-09-03
Artikel 3.8
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
1. De in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d, bedoelde bijdrage voor het overnemen van bestaande bouwwerken op de hervestigingslocatie en het vervangen van bouwwerken op de hervestigingslocatie wordt bepaald door de som van:
a. 100 procent van de koopsom van de bouwwerken op de hervestigingslocatie tot een maximum van 100 procent van de marktwaarde van deze bouwwerken;
b. 100 procent van de kosten van vervanging van de te vervangen bouwwerken op de hervestigingslocatie; en
c. 100 procent van de onlosmakelijk met de overname van de bouwwerken op de hervestigingslocatie verbonden proceskosten, bedoeld in het zesde lid;
tot maximaal de vervangingswaarde van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken die in eigendom zijn van de subsidieontvanger.
2. Indien de subsidieontvanger op grond van artikel 3.4, derde lid, een ontheffing heeft gekregen voor het afbreken en verwijderen van een bouwwerk, wordt de vervangingswaarde van het betreffende bouwwerk niet meegenomen in het bepalen van de hoogte van de vervangingswaarde van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken, bedoeld in het eerste lid.
3. De in het eerste lid bedoelde bijdrage voor het overnemen of vervangen van bouwwerken op de hervestigingslocatie heeft alleen betrekking op de productiecapaciteit van deze bouwwerken tot maximaal 100 procent van de productiecapaciteit van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken.
4. Een bijdrage voor vervanging van een bestaand bouwwerk op de hervestigingslocatie wordt alleen verleend voor een bouwwerk dat voor meer dan de helft is afgeschreven ten tijde van het indienen van de subsidieaanvraag.
5. Voor het bepalen van de mate van afschrijving, bedoeld in het vierde lid, wordt gebruik gemaakt van de op het moment van indienen van de subsidieaanvraag meest actuele publicatie van het handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij.
6. Onder de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde proceskosten wordt verstaan:
a. de kosten voor de notaris;
b. verschuldigde overdrachtsbelasting in verband met het verkrijgen van een zakelijk recht op de op de hervestigingslocatie aanwezige bouwwerken, voor zover deze overdrachtsbelasting betrekking heeft op de productiecapaciteit van de aanwezige bouwwerken op de hervestigingslocatie tot maximaal 100 procent van de productiecapaciteit van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken;
c. kadastrale kosten;
d. leges voor vergunningen en planologische procedures voor de hervestigingslocatie;
e. kosten van de bouwkundige keuring van de bouwwerken;
f. kosten voor de vertaling, bedoeld in artikel 3.20, tweede lid, onderdeel e.
7. Indien een subsidieontvanger op grond van het eerste lid in aanmerking komt voor subsidie voor de overname of vervanging van bouwwerken, komt de subsidieontvanger niet in aanmerking voor subsidie voor het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bouwwerken, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a, b en c.
8. Een door een taxateur opgesteld taxatierapport van de in het eerste lid bedoelde marktwaarde van de op de hervestigingslocatie aanwezige bouwwerken, erfgrond, cultuurgrond en bedrijfswoning of van de in het eerste lid bedoelde vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie, voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage 2bij de regeling.
a. 100 procent van de koopsom van de bouwwerken op de hervestigingslocatie tot een maximum van 100 procent van de marktwaarde van deze bouwwerken;
b. 100 procent van de kosten van vervanging van de te vervangen bouwwerken op de hervestigingslocatie; en
c. 100 procent van de onlosmakelijk met de overname van de bouwwerken op de hervestigingslocatie verbonden proceskosten, bedoeld in het zesde lid;
tot maximaal de vervangingswaarde van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken die in eigendom zijn van de subsidieontvanger.
2. Indien de subsidieontvanger op grond van artikel 3.4, derde lid, een ontheffing heeft gekregen voor het afbreken en verwijderen van een bouwwerk, wordt de vervangingswaarde van het betreffende bouwwerk niet meegenomen in het bepalen van de hoogte van de vervangingswaarde van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken, bedoeld in het eerste lid.
3. De in het eerste lid bedoelde bijdrage voor het overnemen of vervangen van bouwwerken op de hervestigingslocatie heeft alleen betrekking op de productiecapaciteit van deze bouwwerken tot maximaal 100 procent van de productiecapaciteit van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken.
4. Een bijdrage voor vervanging van een bestaand bouwwerk op de hervestigingslocatie wordt alleen verleend voor een bouwwerk dat voor meer dan de helft is afgeschreven ten tijde van het indienen van de subsidieaanvraag.
5. Voor het bepalen van de mate van afschrijving, bedoeld in het vierde lid, wordt gebruik gemaakt van de op het moment van indienen van de subsidieaanvraag meest actuele publicatie van het handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij.
6. Onder de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde proceskosten wordt verstaan:
a. de kosten voor de notaris;
b. verschuldigde overdrachtsbelasting in verband met het verkrijgen van een zakelijk recht op de op de hervestigingslocatie aanwezige bouwwerken, voor zover deze overdrachtsbelasting betrekking heeft op de productiecapaciteit van de aanwezige bouwwerken op de hervestigingslocatie tot maximaal 100 procent van de productiecapaciteit van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken;
c. kadastrale kosten;
d. leges voor vergunningen en planologische procedures voor de hervestigingslocatie;
e. kosten van de bouwkundige keuring van de bouwwerken;
f. kosten voor de vertaling, bedoeld in artikel 3.20, tweede lid, onderdeel e.
7. Indien een subsidieontvanger op grond van het eerste lid in aanmerking komt voor subsidie voor de overname of vervanging van bouwwerken, komt de subsidieontvanger niet in aanmerking voor subsidie voor het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bouwwerken, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a, b en c.
8. Een door een taxateur opgesteld taxatierapport van de in het eerste lid bedoelde marktwaarde van de op de hervestigingslocatie aanwezige bouwwerken, erfgrond, cultuurgrond en bedrijfswoning of van de in het eerste lid bedoelde vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie, voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage 2bij de regeling.