BWBR0050183
Geldig vanaf 2024-09-03
Artikel 3.3
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
1. De aanvrager vangt binnen vierentwintig maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening de veehouderijonderneming aan op een door hem gekozen hervestigingslocatie.
2. De termijn, genoemd in het eerste lid, kan op verzoek van de aanvrager eenmalig met zes maanden worden verlengd, indien aannemelijk is dat de aanvrager niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn de veehouderijonderneming kan aanvangen op de hervestigingslocatie.
3. Van aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie is sprake als:
a. deze locatie door de veehouder is geregistreerd met een uniek registratienummer;
b. door de aanvrager landbouwhuisdieren worden gehouden op de hervestigingslocatie;
c. het uniek registratienummer van de te verlaten veehouderijlocatie is beëindigd.
4. De hervestigingslocatie voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
a. de hervestigingslocatie bevindt zich in een land dat op het moment van het indienen van de aanvraag de status van lidstaat van de Europese Unie heeft;
b. het uitoefenen van de veehouderijonderneming door de verplaatsende veehouder past binnen de planologische functie van de hervestigingslocatie; en
c. de stikstofvracht op een overbelast Natura 2000-gebied, op de hervestigingslocatie, berekend op basis van het toegestane aantal landbouwhuisdieren op grond van de voor de hervestigingslocatie verleende vergunning of toestemming van het bevoegd gezag, bedraagt minder dan 2.500 mol stikstof per jaar.
5. Indien de hervestigingslocatie zich bevindt buiten het grondgebied van de lidstaat Nederland, zijn het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, onderdeel c, niet van toepassing.
2. De termijn, genoemd in het eerste lid, kan op verzoek van de aanvrager eenmalig met zes maanden worden verlengd, indien aannemelijk is dat de aanvrager niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn de veehouderijonderneming kan aanvangen op de hervestigingslocatie.
3. Van aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie is sprake als:
a. deze locatie door de veehouder is geregistreerd met een uniek registratienummer;
b. door de aanvrager landbouwhuisdieren worden gehouden op de hervestigingslocatie;
c. het uniek registratienummer van de te verlaten veehouderijlocatie is beëindigd.
4. De hervestigingslocatie voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
a. de hervestigingslocatie bevindt zich in een land dat op het moment van het indienen van de aanvraag de status van lidstaat van de Europese Unie heeft;
b. het uitoefenen van de veehouderijonderneming door de verplaatsende veehouder past binnen de planologische functie van de hervestigingslocatie; en
c. de stikstofvracht op een overbelast Natura 2000-gebied, op de hervestigingslocatie, berekend op basis van het toegestane aantal landbouwhuisdieren op grond van de voor de hervestigingslocatie verleende vergunning of toestemming van het bevoegd gezag, bedraagt minder dan 2.500 mol stikstof per jaar.
5. Indien de hervestigingslocatie zich bevindt buiten het grondgebied van de lidstaat Nederland, zijn het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, onderdeel c, niet van toepassing.