BWBR0050183
Geldig vanaf 2024-09-03
Artikel 3.16
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
1. De subsidieontvanger voldoet aan:
a. het vereiste de onherroepelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, binnen zes maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening ondertekend aan de minister te zenden;
b. de vereisten, vermeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a tot en met f, voor zover van toepassing, binnen zes maanden nadat de veehouderijonderneming de minister schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie, bedoeld in artikel 3.3;
c. het vereiste, vermeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel h, binnen twaalf maanden nadat de veehouderijonderneming de minister schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie, bedoeld in artikel 3.3.
2. De termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, kan op verzoek van de subsidieontvanger eenmalig met zes maanden worden verlengd.
3. Het afbreken en verwijderen van de bouwwerken, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel h, vindt niet eerder plaats dan nadat de minister heeft geconstateerd dat uitvoering is gegeven aan de in artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a en b, bedoelde vereisten.
a. het vereiste de onherroepelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, binnen zes maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening ondertekend aan de minister te zenden;
b. de vereisten, vermeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a tot en met f, voor zover van toepassing, binnen zes maanden nadat de veehouderijonderneming de minister schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie, bedoeld in artikel 3.3;
c. het vereiste, vermeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel h, binnen twaalf maanden nadat de veehouderijonderneming de minister schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie, bedoeld in artikel 3.3.
2. De termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, kan op verzoek van de subsidieontvanger eenmalig met zes maanden worden verlengd.
3. Het afbreken en verwijderen van de bouwwerken, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel h, vindt niet eerder plaats dan nadat de minister heeft geconstateerd dat uitvoering is gegeven aan de in artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a en b, bedoelde vereisten.