BWBR0050183
Geldig vanaf 2024-09-03
Artikel 3.15
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
1. Onverminderd artikel 1.6bevat de aanvraag een opgave van de voor de veehouderijonderneming op de te verlaten veehouderijlocatie gebruikte bouwwerken waarbij de productiecapaciteit van deze bouwwerken wordt uitgedrukt in grootvee-eenheden.
2. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd:
a. voor zover van toepassing, een kopie inclusief bijlagen van de omgevingsrechtelijke melding, de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit betreffende de hervestigingslocatie waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. indien de hervestigingslocatie is gelegen in Nederland, een kopie van de uitkomsten van de berekening van de stikstofvracht op de hervestigingslocatie, bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onderdeel c;
c. een actuele kaart van de te verlaten veehouderijlocatie, met aanduiding van de voor de veehouderijonderneming gebruikte bouwwerken, waarbij de productiecapaciteit per bouwwerk wordt uitgedrukt in grootvee-eenheden;
d. een kopie van het taxatierapport betreffende de vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie;
e. een kopie van het taxatierapport betreffende de marktwaarde van de bouwwerken op de hervestigingslocatie;
f. een investeringsbegroting, betreffende de voorgenomen investering in vervanging van bouwwerken op de hervestigingslocatie als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, en de voorgenomen investering die leidt tot modernisering van de bouwwerken of voorzieningen op de hervestigingslocatie als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, waaruit tevens de financiële haalbaarheid van de genoemde investering blijkt;
g. offertes voor het demonteren, verhuizen en opbouwen van voorzieningen en verhuizen van tractoren, landbouwwerktuigen en landbouwhuisdieren van de te verlaten veehouderijlocatie naar de hervestigingslocatie;
h. indien de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, gegevens waaruit blijkt: 1°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende planologische regelgeving;
2°. dat de op de hervestigingslocatie bestaande bouwwerken voldoen aan de geldende bouwkundige voorschriften;
3°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (91/676/EEG) en Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327);
4°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206) en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
5°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van geur en fijnstof;
6°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van broeikasgassen.
1°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende planologische regelgeving;
2°. dat de op de hervestigingslocatie bestaande bouwwerken voldoen aan de geldende bouwkundige voorschriften;
3°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (91/676/EEG) en Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327);
4°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206) en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
5°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van geur en fijnstof;
6°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van broeikasgassen.
3. Voor zover de in het tweede lid genoemde gegevens zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, omdat de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, dienen ze voorzien te zijn van een door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling in het Nederlands.
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid bevat een aanvraag tot subsidieverlening, wanneer de subsidie wordt aangevraagd door een jonge landbouwer als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, de notariële akte van overdracht van aandelen of van de oprichting van de besloten vennootschap en het aandelenregister of de door alle maten getekende maatschapsakte met vermelding van alle maten.
2. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd:
a. voor zover van toepassing, een kopie inclusief bijlagen van de omgevingsrechtelijke melding, de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit betreffende de hervestigingslocatie waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. indien de hervestigingslocatie is gelegen in Nederland, een kopie van de uitkomsten van de berekening van de stikstofvracht op de hervestigingslocatie, bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onderdeel c;
c. een actuele kaart van de te verlaten veehouderijlocatie, met aanduiding van de voor de veehouderijonderneming gebruikte bouwwerken, waarbij de productiecapaciteit per bouwwerk wordt uitgedrukt in grootvee-eenheden;
d. een kopie van het taxatierapport betreffende de vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie;
e. een kopie van het taxatierapport betreffende de marktwaarde van de bouwwerken op de hervestigingslocatie;
f. een investeringsbegroting, betreffende de voorgenomen investering in vervanging van bouwwerken op de hervestigingslocatie als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, en de voorgenomen investering die leidt tot modernisering van de bouwwerken of voorzieningen op de hervestigingslocatie als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, waaruit tevens de financiële haalbaarheid van de genoemde investering blijkt;
g. offertes voor het demonteren, verhuizen en opbouwen van voorzieningen en verhuizen van tractoren, landbouwwerktuigen en landbouwhuisdieren van de te verlaten veehouderijlocatie naar de hervestigingslocatie;
h. indien de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, gegevens waaruit blijkt: 1°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende planologische regelgeving;
2°. dat de op de hervestigingslocatie bestaande bouwwerken voldoen aan de geldende bouwkundige voorschriften;
3°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (91/676/EEG) en Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327);
4°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206) en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
5°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van geur en fijnstof;
6°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van broeikasgassen.
1°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende planologische regelgeving;
2°. dat de op de hervestigingslocatie bestaande bouwwerken voldoen aan de geldende bouwkundige voorschriften;
3°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (91/676/EEG) en Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327);
4°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206) en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
5°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van geur en fijnstof;
6°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van broeikasgassen.
3. Voor zover de in het tweede lid genoemde gegevens zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, omdat de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, dienen ze voorzien te zijn van een door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling in het Nederlands.
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid bevat een aanvraag tot subsidieverlening, wanneer de subsidie wordt aangevraagd door een jonge landbouwer als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, de notariële akte van overdracht van aandelen of van de oprichting van de besloten vennootschap en het aandelenregister of de door alle maten getekende maatschapsakte met vermelding van alle maten.