BWBR0050183
Geldig vanaf 2024-09-03
Artikel 1.6
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. Een aanvraag voor subsidie bevat ten minste de volgende gegevens:
a. een beschrijving van de subsidiabele activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
b. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de veehouderijonderneming, e-mailadres en rekeningnummer, en het nummer waaronder de onderneming, voor de te verlaten veehouderijlocatie, geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel en het post- en bezoekadres;
c. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, of indien van toepassing, de gemachtigde van de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
d. uniek registratienummer van de te verlaten veehouderijlocatie van de veehouderijonderneming, die is ingeschreven met het in onderdeel b genoemde registratienummer bij de Kamer van Koophandel, waarop de aanvraag betrekking heeft;
e. voor zover van toepassing, een opgave of de aanvrager voor de te verlaten veehouderijlocatie beschikt over een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;
f. gegevens waarmee de subsidieaanvrager kan aantonen dat de subsidieaanvrager voldoet aan de in artikel 2, eerste lid van bijlage I bij de groepsvrijstellingsverordening landbouw vastgestelde criteria.
3. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd:
a. voor zover van toepassing, een kopie van de actuele omgevingsrechtelijke melding, de actuele omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en de actuele omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, met bijbehorende bijlagen, betreffende de te verlaten veehouderijlocatie waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. een verklaring van de aanvrager dat op de te verlaten veehouderijlocatie daadwerkelijk een veehouderijonderneming wordt gedreven;
c. een kopie van de uitkomsten van de berekening van de stikstofvracht op de te verlaten veehouderijlocatie;
d. een kopie van de administratie voor het voor de berekening van de stikstofvracht gebruikte referentiejaar, voor zover deze betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in artikel 32, tweede lid, onderdelen d en e, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
e. gegevens over het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat op de veehouderijlocatie is gehouden in het voor de berekening van de stikstofvracht, bedoeld in artikel 1.3, gebruikte referentiejaar.
2. Een aanvraag voor subsidie bevat ten minste de volgende gegevens:
a. een beschrijving van de subsidiabele activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
b. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de veehouderijonderneming, e-mailadres en rekeningnummer, en het nummer waaronder de onderneming, voor de te verlaten veehouderijlocatie, geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel en het post- en bezoekadres;
c. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, of indien van toepassing, de gemachtigde van de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
d. uniek registratienummer van de te verlaten veehouderijlocatie van de veehouderijonderneming, die is ingeschreven met het in onderdeel b genoemde registratienummer bij de Kamer van Koophandel, waarop de aanvraag betrekking heeft;
e. voor zover van toepassing, een opgave of de aanvrager voor de te verlaten veehouderijlocatie beschikt over een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;
f. gegevens waarmee de subsidieaanvrager kan aantonen dat de subsidieaanvrager voldoet aan de in artikel 2, eerste lid van bijlage I bij de groepsvrijstellingsverordening landbouw vastgestelde criteria.
3. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd:
a. voor zover van toepassing, een kopie van de actuele omgevingsrechtelijke melding, de actuele omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en de actuele omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, met bijbehorende bijlagen, betreffende de te verlaten veehouderijlocatie waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. een verklaring van de aanvrager dat op de te verlaten veehouderijlocatie daadwerkelijk een veehouderijonderneming wordt gedreven;
c. een kopie van de uitkomsten van de berekening van de stikstofvracht op de te verlaten veehouderijlocatie;
d. een kopie van de administratie voor het voor de berekening van de stikstofvracht gebruikte referentiejaar, voor zover deze betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in artikel 32, tweede lid, onderdelen d en e, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
e. gegevens over het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat op de veehouderijlocatie is gehouden in het voor de berekening van de stikstofvracht, bedoeld in artikel 1.3, gebruikte referentiejaar.