BWBR0050179
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 8
Tijdelijke subsidieregeling rechtsbijstand bij beslag op inkomen of vermogen
Wijze van aanvraag van de subsidie Geen andere versie om mee te vergelijken [Regeling vervallen per 01-01-2026] 1 De aanvraag voor een subsidie op grond van deze regeling geschiedt, voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken, op dezelfde wijze als de aanvraag om een toevoeging. De bepalingen van de Wrb en het Bvr en het Btm zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag en de subsidie op grond van deze regeling. 2 De advocaat of mediator maakt bij de aanvraag gebruik van een door de Raad daartoe beschikbaar gestelde formulier. 3 De advocaat of mediator overlegt bij het verzoek een kopie van de beschikking(en), vonnis(sen) of dwangbevel(en) met daarin een aanduiding van de vordering op grond waarvan executoriaal of conservatoir beslag is gelegd alsmede een kopie van het beslagexploot. 4 De advocaat of mediator vermeldt bij het verzoek dat met rechtzoekende is besproken of deze een beroep kan doen op een rechtsbijstandsverzekering en dat het de advocaat of mediator is gebleken dat hiervan geen sprake is. In het geval wel een beroep gedaan kan worden op een rechtsbijstandsverzekering, dient de advocaat of mediator geen verzoek op grond van deze regeling in. 5 De advocaat of mediator overlegt in het geval van beslag op inkomen in aanvulling op de stukken genoemd in het derde lid: a. een kopie van de meest recente salaris- of uitkeringsspecificatie waaruit blijkt dat de beslagvrije voet is toegepast en er sprake is van een beslag op het moment van de toevoegingsaanvraag en; b. het meest recente door de deurwaarder aan rechtzoekende verstrekte overzicht met de berekening van de beslagvrije voet. 6 De advocaat of mediator overlegt in het geval van beslag op vermogen in aanvulling op de stukken genoemd in het derde lid: a. bewijsstukken waaruit blijkt dat er sprake is van een beslag op het moment van de toevoegingsaanvraag en; b. bewijsstukken waaruit blijkt dat als gevolg van het beslag maximaal € 5.000 aan vermogen in bank- en spaartegoeden resteert.