BWBR0050179
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 6
Tijdelijke subsidieregeling rechtsbijstand bij beslag op inkomen of vermogen
Hoogte eigen bijdrage Geen andere versie om mee te vergelijken [Regeling vervallen per 01-01-2026] 1 Is de rechtzoekende alleenstaand, dan is de eigen bijdrage gelijk aan de eigen bijdrage zoals omschreven in artikel 2 of 2a Bebr . 2 Voert de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding en is er beslag gelegd op zowel het vermogen van rechtzoekende als diens partner, dan is de eigen bijdrage gelijk aan de eigen bijdrage genoemd in artikel 2 of 2a Bebr . 3 Voert de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding en is er beslag gelegd op enkel het vermogen van rechtzoekende of op enkel het vermogen van diens partner, dan wordt het vermogen van degene op wiens vermogen beslag is gelegd als € 0 (nul euro) opgenomen in de berekening van het gezamenlijk inkomen. Voor de beoordeling van het inkomen en vermogen van de ander wordt uitgegaan van diens inkomen en vermogen in het peiljaar. Indien het inkomen van degene op wiens vermogen beslag is gelegd en het inkomen en vermogen van de ander binnen de grenzen vallen als genoemd in artikel 34, eerste lid Wrb , dan is de eigen bijdrage gelijk aan de eigen bijdrage zoals omschreven in artikel 2 of 2a Bebr . Artikel 34c Wrb is onverminderd van toepassing op het inkomen en vermogen van de ander. 4 Artikel 34a, eerste lid, derde en vierde volzin Wrb is niet van toepassing op gevallen genoemd in het eerste en tweede lid. 5 Het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing voor de eigen bijdrage die een rechtzoekende verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, met dien verstande dat de eigen bedrage gelijk is aan de eigen bijdrage genoemd in artikel 2, derde lid sub a Bebr . 6 Het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing voor de eigen bijdrage die een rechtzoekende verschuldigd is voor de verlening van mediation, met dien verstande dat de eigen bedrage gelijk is aan de eigen bijdrage genoemd in artikel 4, eerste of tweede lid Btm .