BWBR0050162
Artikel 8
Beleidsregel Kostprijsonderzoek over 2023 ten behoeve van tarieven ggz Setting 1, BR/REG-24153
Het toetsingskader beoordeelt de betrouwbaarheid en representativiteit van de kostprijzen.
Analyse individuele kostprijzen en correctie op uitbijters
8.1
a) Elke geselecteerde vrijgevestigde levert door middel van het ingevulde uitvraagformulier
kosten en productie aan. In combinatie met de arbeidskosten zoals eerder benoemd,
bereken wij per vrijgevestigde de kostprijzen. Deze worden vergeleken met de kostprijzen
van alle andere zorgaanbieders. De NZa beschouwt een kostprijs als een uitbijter als
de log-getransformeerde kostprijs van die zorgaanbieder meer dan twee standaarddeviaties
afwijkt van de log van het gewogen gemiddelde kostprijs van alle zorgaanbieders.
De NZa doet onderzoek naar deze uitbijters. Als dat niet tot een verklaring leidt
doet de NZa navraag, die kan leiden tot een afdoende verklaring of een hernieuwde
aanlevering. Aangezien een normenkader ontbreekt worden werkelijke kosten meegenomen
ook als die heel hoog of laag zijn, mits dat dat betrouwbaar vastgesteld is.
Als een uitbijter niet te verklaren is, kunnen we deze kostprijzen uitsluiten voor
de kostprijsberekening.
b) Individuele kostprijzen die buiten de bandbreedte als bepaald in artikel 8.1a) vallen
en niet verklaard of aangepast worden, worden deze door de NZa buiten beschouwing
gelaten worden bij de berekening van tarieven. In het geval dat hierdoor ook de rest
van de aanlevering als onbetrouwbaar beoordeeld wordt door de NZa, wordt de hele aanlevering
van de betreffende zorgaanbieder buiten beschouwing gelaten omdat er een samenhang
kan zijn tussen de niet verklaarde kostprijzen en de overige gegevens.
Toetsing op spreiding
8.2
a) Voor elke kostprijs wordt vervolgens een variatiecoëfficiënt (CV-waarde) berekend
door de gewogen standaarddeviatie te delen door het gewogen gemiddelde. De standaarddeviatie
en het gemiddelde worden gewogen naar het aantal geleverde prestaties per zorgaanbieder.
Per prestatie komt er op deze wijze één CV-waarde.
Op het moment dat de CV-waarde minder is dan 0,3 beoordelen we de spreiding als beperkt
en de kostprijs op dit punt betrouwbaar.
Bij een spreiding groter dan 0,3 onderzoekt de NZa of hier een logische verklaring
voor is.
b) Prestaties met CV-waarde hoger dan 0,3 worden per prestatie bekeken. Als geen verklaring
is gevonden voor de grote spreiding, maar de betreffende kostprijs wel past bij vergelijkbare
kostprijzen dan kan de kostprijs toch worden geaccepteerd.
c) De NZa gebruikt in principe werkelijke kosten om de kostprijs voor een prestatie te
bepalen. Wanneer werkelijke kosten niet beschikbaar zijn of er een te grote, en niet
te verklaren, spreiding is, kunnen we de data onvoldoende betrouwbaar vinden. De NZa
kan dan andere methoden hanteren om tot een kostprijs te komen.
Voor die prestaties die een samenhangen hebben met andere prestaties, zoals consulten,
zal de NZa in principe een modelmatige inpassing als alternatieve methode toepassen.
Voor prestaties die geen vergelijkbare prestaties kennen, zullen we dan tarieven indexeren.
Eventueel kan ook overgegaan worden op een normatieve benadering, die vergt meer doorlooptijd
en beschikbare en in de praktijk erkende normen.
Representativiteit
8.3 Alle kostprijzen van de geïncludeerde zorgaanbieders worden in de kostprijsberekening
gemiddeld (gewogen op productie) tot een landelijke kostprijs.
De landelijke kostprijzen worden getoetst op het aantal onderliggende zorgaanbieders,
de landelijke productie. Voor het aantal zorgaanbieders en prestaties wordt een ondergrens
vastgesteld op basis van declaratiegegevens. Dit proces geeft een waarborg dat de
gevonden kostprijzen voldoende representatief zijn. Afhankelijk van de gevonden resultaten
kan blijken dat een landelijke kostprijs onvoldoende representatief is. Artikel 8.2
onder c beschrijft de handelwijze als de onderbouwing van een landelijke kostprijs
niet voldoende representatief is. Daarnaast kan de NZa overgaan tot een aanvullende
uitvraag om voldoende aanbieders of prestaties in beeld te krijgen. In de toelichting
is dit onderdeel nader uitgewerkt.
8.4 De NZa kan aanvullend onderzoek doen als een mutatie van een nieuw berekende landelijke
kostprijs (zoals beschreven in vorig lid) opvallend afwijkt van de gemiddelde mutatie
van alle landelijke kostprijzen. Afhankelijk van de impact die dit tarief heeft op
de hele bekostiging worden in ieder geval de afwijkingen van meer dan 10%, ten opzichte
van de gemiddelde mutatie, onderzocht.
8.5 Voor de kostprijzen van de prestaties, zoals genoemd in artikel 7.2, geldt het toetsingskader van dit artikel niet. De toetsing van deze kostprijzen
heeft al op andere wijze plaatsgevonden.
Analyse individuele kostprijzen en correctie op uitbijters
8.1
a) Elke geselecteerde vrijgevestigde levert door middel van het ingevulde uitvraagformulier
kosten en productie aan. In combinatie met de arbeidskosten zoals eerder benoemd,
bereken wij per vrijgevestigde de kostprijzen. Deze worden vergeleken met de kostprijzen
van alle andere zorgaanbieders. De NZa beschouwt een kostprijs als een uitbijter als
de log-getransformeerde kostprijs van die zorgaanbieder meer dan twee standaarddeviaties
afwijkt van de log van het gewogen gemiddelde kostprijs van alle zorgaanbieders.
De NZa doet onderzoek naar deze uitbijters. Als dat niet tot een verklaring leidt
doet de NZa navraag, die kan leiden tot een afdoende verklaring of een hernieuwde
aanlevering. Aangezien een normenkader ontbreekt worden werkelijke kosten meegenomen
ook als die heel hoog of laag zijn, mits dat dat betrouwbaar vastgesteld is.
Als een uitbijter niet te verklaren is, kunnen we deze kostprijzen uitsluiten voor
de kostprijsberekening.
b) Individuele kostprijzen die buiten de bandbreedte als bepaald in artikel 8.1a) vallen
en niet verklaard of aangepast worden, worden deze door de NZa buiten beschouwing
gelaten worden bij de berekening van tarieven. In het geval dat hierdoor ook de rest
van de aanlevering als onbetrouwbaar beoordeeld wordt door de NZa, wordt de hele aanlevering
van de betreffende zorgaanbieder buiten beschouwing gelaten omdat er een samenhang
kan zijn tussen de niet verklaarde kostprijzen en de overige gegevens.
Toetsing op spreiding
8.2
a) Voor elke kostprijs wordt vervolgens een variatiecoëfficiënt (CV-waarde) berekend
door de gewogen standaarddeviatie te delen door het gewogen gemiddelde. De standaarddeviatie
en het gemiddelde worden gewogen naar het aantal geleverde prestaties per zorgaanbieder.
Per prestatie komt er op deze wijze één CV-waarde.
Op het moment dat de CV-waarde minder is dan 0,3 beoordelen we de spreiding als beperkt
en de kostprijs op dit punt betrouwbaar.
Bij een spreiding groter dan 0,3 onderzoekt de NZa of hier een logische verklaring
voor is.
b) Prestaties met CV-waarde hoger dan 0,3 worden per prestatie bekeken. Als geen verklaring
is gevonden voor de grote spreiding, maar de betreffende kostprijs wel past bij vergelijkbare
kostprijzen dan kan de kostprijs toch worden geaccepteerd.
c) De NZa gebruikt in principe werkelijke kosten om de kostprijs voor een prestatie te
bepalen. Wanneer werkelijke kosten niet beschikbaar zijn of er een te grote, en niet
te verklaren, spreiding is, kunnen we de data onvoldoende betrouwbaar vinden. De NZa
kan dan andere methoden hanteren om tot een kostprijs te komen.
Voor die prestaties die een samenhangen hebben met andere prestaties, zoals consulten,
zal de NZa in principe een modelmatige inpassing als alternatieve methode toepassen.
Voor prestaties die geen vergelijkbare prestaties kennen, zullen we dan tarieven indexeren.
Eventueel kan ook overgegaan worden op een normatieve benadering, die vergt meer doorlooptijd
en beschikbare en in de praktijk erkende normen.
Representativiteit
8.3 Alle kostprijzen van de geïncludeerde zorgaanbieders worden in de kostprijsberekening
gemiddeld (gewogen op productie) tot een landelijke kostprijs.
De landelijke kostprijzen worden getoetst op het aantal onderliggende zorgaanbieders,
de landelijke productie. Voor het aantal zorgaanbieders en prestaties wordt een ondergrens
vastgesteld op basis van declaratiegegevens. Dit proces geeft een waarborg dat de
gevonden kostprijzen voldoende representatief zijn. Afhankelijk van de gevonden resultaten
kan blijken dat een landelijke kostprijs onvoldoende representatief is. Artikel 8.2
onder c beschrijft de handelwijze als de onderbouwing van een landelijke kostprijs
niet voldoende representatief is. Daarnaast kan de NZa overgaan tot een aanvullende
uitvraag om voldoende aanbieders of prestaties in beeld te krijgen. In de toelichting
is dit onderdeel nader uitgewerkt.
8.4 De NZa kan aanvullend onderzoek doen als een mutatie van een nieuw berekende landelijke
kostprijs (zoals beschreven in vorig lid) opvallend afwijkt van de gemiddelde mutatie
van alle landelijke kostprijzen. Afhankelijk van de impact die dit tarief heeft op
de hele bekostiging worden in ieder geval de afwijkingen van meer dan 10%, ten opzichte
van de gemiddelde mutatie, onderzocht.
8.5 Voor de kostprijzen van de prestaties, zoals genoemd in artikel 7.2, geldt het toetsingskader van dit artikel niet. De toetsing van deze kostprijzen
heeft al op andere wijze plaatsgevonden.