BWBR0050162
Artikel 7
Beleidsregel Kostprijsonderzoek over 2023 ten behoeve van tarieven ggz Setting 1, BR/REG-24153
Overzicht van de prestaties
7.1 Door de uitvraag komen de gerealiseerde kosten en de geleverde productie in beeld.
De kostprijs per prestatie wordt in beginsel berekend door de toegerekende totaal
kosten voor een bepaalde soort prestatie te delen door de productie van die prestatie.
In de berekening en toetsing van kostprijzen onderscheidt de NZa onderstaande groepen
prestaties:
a) Prestaties zoals opgenomen in de ‘Beleidsregel prestaties en tarieven ggz en fz’:
– consulten setting Ambulant kwaliteitsstatuut sectie II (S01) (inclusief groepsconsulten);
– toeslagen op de consulten setting Ambulant kwaliteitsstatuut sectie II (S01);
– overige prestaties.
b) De vergoedingsbedragen in het kader van de beschikbaarheidbijdrage mvo ggz:
– Gezondheidszorgpsycholoog
– Psychotherapeut
– Klinisch psycholoog
– Klinisch neuropsycholoog
– Psychiater in de ggz
– Klinisch geriater in de ggz
– Verpleegkundig specialist in de ggz
Tenzij anders vermeld baseren we kostprijzen op de gegevens die blijken uit de uitvraag.
Berekening van kostprijzen en tarieven die niet gebaseerd zijn op de uitvraag
7.2 Voor de volgende prestaties gaan we kostprijzen vaststellen op een andere wijze dan
via de uitvraag bij zorgaanbieders.
a) Toeslag spravato; het tarief wordt ontleend aan de meest recente inkoopprijs.
b) Prestaties met een vrij tarief; hiervoor worden geen tarieven vastgesteld.
Schonen van kosten
7.3
a) De kosten voor de gedeclareerde omzet voor onderlinge dienstverlening worden geschoond.
b) De kosten in verband met facultatieve prestaties, Spravato, en andere prestaties met
een vrij tarief worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
c) De kosten in verband met zorgmachtiging verplichte ggz worden gelijk gesteld aan de
opbrengsten voor deze prestaties.
Berekenen van kostprijzen bij vrijgevestigden
7.4
a) In het zorgprestatiemodel zijn er voor de vrijgevestigden tarieven die verschillen
tussen de acht beroepscategorieën. In het proces naar die tarieven wordt daarom onderscheid
gemaakt tussen die beroepen. Dat geldt ook voor alle tussenstappen genoemd in dit
artikel.
b) Bij de vrijgevestigden bepaalt de NZa de praktijkkosten, waaronder de huisvestingskosten,
op basis van de uitvraag. De praktijkkosten worden naar rato van het aandeel van de
FZ en Zvw-omzet in het kader van het zorgprestatiemodel ten opzichte van de totale
zorgomzet meegenomen in de kosten. Bepaalde praktijkkosten worden uitgesloten, zie
lid c.
c) De basis voor de beloning voor de ingezette arbeid voor vrijgevestigde praktijkhouders
leidt de NZa af uit een apart onderzoek. In de arbeidskosten worden ook de kosten
van een pensioenvoorziening, een arbeidsongeschiktheidsvoorziening en vergoeding voor
kortdurende ziekten meegenomen. Wanneer er binnen de beroepsgroep een verplichting
is voor één of meer van deze verzekeringen, dan neemt de NZa de werkelijke uitgaven
als kosten.
Daar waar er geen verplichte verzekering geldt, wordt een normatieve vergoeding toegevoegd
aan de arbeidskosten. De in de uitvraag aangeleverde praktijkkosten voor niet-verplichte
verzekeringen (voor pensioen, arbeidsongeschiktheid en kortdurende ziekte) worden
dan uitgesloten.
De wijze waarop deze normatieve vergoeding berekend wordt, werkt de NZa in 2024 verder
uit.
d) De beloning voor arbeidskosten, zoals beschreven bij lid c, zal aangepast worden voor
factoren zoals: verantwoordelijkheid, leidinggeven, kennis & complexiteit, ervaring,
zelfstandigheid, risico en eventuele meeruren ten opzichte van een loondienstsituatie.
Dit zo veel mogelijk in lijn met de methodiek die gebruikt wordt door de NZa bij berekening
van arbeidskosten bij andere vrije beroepsbeoefenaren met een eigen praktijk: de huisarts,
leefstijlcoach, verloskundige, tandarts en orthodontist. De op deze wijze opgehoogde
beloning wordt normatieve arbeidskosten genoemd.
De wijze waarop deze normatieve vergoeding berekend wordt, werkt de NZa in 2024 verder
uit.
e) De kosten zoals bepaald onder b, c en d vormen de totale kosten voor de betreffende
zorgaanbieder en worden door de NZa vergeleken met de opgegeven productie om tot kostprijzen
te komen. De samenhang tussen gewerkte uren en normatieve arbeidskosten en andere
kosten zal zo veel mogelijk in lijn zijn met de methodiek die de NZa gebruikt voor
de andere genoemde beroepsbeoefenaren met een eigen praktijk.
f) Bij de toerekening van de kosten naar prestaties worden door de NZa in principe de
tariefverhoudingen van 2024 gebruikt. Het staat de vrijgevestigde vrij om deze verhoudingen
in het uitvraagformulier te wijzigen. Elke vrijgevestigde kan enkel de verhoudingen
aanpassen van de type prestaties die daadwerkelijk geleverd zijn in 2023. De NZa bouwt
controles in en voert, conform toetsingskader in artikel 8, analyses uit op de individuele kostprijzen en uitbijters.
7.1 Door de uitvraag komen de gerealiseerde kosten en de geleverde productie in beeld.
De kostprijs per prestatie wordt in beginsel berekend door de toegerekende totaal
kosten voor een bepaalde soort prestatie te delen door de productie van die prestatie.
In de berekening en toetsing van kostprijzen onderscheidt de NZa onderstaande groepen
prestaties:
a) Prestaties zoals opgenomen in de ‘Beleidsregel prestaties en tarieven ggz en fz’:
– consulten setting Ambulant kwaliteitsstatuut sectie II (S01) (inclusief groepsconsulten);
– toeslagen op de consulten setting Ambulant kwaliteitsstatuut sectie II (S01);
– overige prestaties.
b) De vergoedingsbedragen in het kader van de beschikbaarheidbijdrage mvo ggz:
– Gezondheidszorgpsycholoog
– Psychotherapeut
– Klinisch psycholoog
– Klinisch neuropsycholoog
– Psychiater in de ggz
– Klinisch geriater in de ggz
– Verpleegkundig specialist in de ggz
Tenzij anders vermeld baseren we kostprijzen op de gegevens die blijken uit de uitvraag.
Berekening van kostprijzen en tarieven die niet gebaseerd zijn op de uitvraag
7.2 Voor de volgende prestaties gaan we kostprijzen vaststellen op een andere wijze dan
via de uitvraag bij zorgaanbieders.
a) Toeslag spravato; het tarief wordt ontleend aan de meest recente inkoopprijs.
b) Prestaties met een vrij tarief; hiervoor worden geen tarieven vastgesteld.
Schonen van kosten
7.3
a) De kosten voor de gedeclareerde omzet voor onderlinge dienstverlening worden geschoond.
b) De kosten in verband met facultatieve prestaties, Spravato, en andere prestaties met
een vrij tarief worden gelijk gesteld aan de opbrengsten voor deze prestaties.
c) De kosten in verband met zorgmachtiging verplichte ggz worden gelijk gesteld aan de
opbrengsten voor deze prestaties.
Berekenen van kostprijzen bij vrijgevestigden
7.4
a) In het zorgprestatiemodel zijn er voor de vrijgevestigden tarieven die verschillen
tussen de acht beroepscategorieën. In het proces naar die tarieven wordt daarom onderscheid
gemaakt tussen die beroepen. Dat geldt ook voor alle tussenstappen genoemd in dit
artikel.
b) Bij de vrijgevestigden bepaalt de NZa de praktijkkosten, waaronder de huisvestingskosten,
op basis van de uitvraag. De praktijkkosten worden naar rato van het aandeel van de
FZ en Zvw-omzet in het kader van het zorgprestatiemodel ten opzichte van de totale
zorgomzet meegenomen in de kosten. Bepaalde praktijkkosten worden uitgesloten, zie
lid c.
c) De basis voor de beloning voor de ingezette arbeid voor vrijgevestigde praktijkhouders
leidt de NZa af uit een apart onderzoek. In de arbeidskosten worden ook de kosten
van een pensioenvoorziening, een arbeidsongeschiktheidsvoorziening en vergoeding voor
kortdurende ziekten meegenomen. Wanneer er binnen de beroepsgroep een verplichting
is voor één of meer van deze verzekeringen, dan neemt de NZa de werkelijke uitgaven
als kosten.
Daar waar er geen verplichte verzekering geldt, wordt een normatieve vergoeding toegevoegd
aan de arbeidskosten. De in de uitvraag aangeleverde praktijkkosten voor niet-verplichte
verzekeringen (voor pensioen, arbeidsongeschiktheid en kortdurende ziekte) worden
dan uitgesloten.
De wijze waarop deze normatieve vergoeding berekend wordt, werkt de NZa in 2024 verder
uit.
d) De beloning voor arbeidskosten, zoals beschreven bij lid c, zal aangepast worden voor
factoren zoals: verantwoordelijkheid, leidinggeven, kennis & complexiteit, ervaring,
zelfstandigheid, risico en eventuele meeruren ten opzichte van een loondienstsituatie.
Dit zo veel mogelijk in lijn met de methodiek die gebruikt wordt door de NZa bij berekening
van arbeidskosten bij andere vrije beroepsbeoefenaren met een eigen praktijk: de huisarts,
leefstijlcoach, verloskundige, tandarts en orthodontist. De op deze wijze opgehoogde
beloning wordt normatieve arbeidskosten genoemd.
De wijze waarop deze normatieve vergoeding berekend wordt, werkt de NZa in 2024 verder
uit.
e) De kosten zoals bepaald onder b, c en d vormen de totale kosten voor de betreffende
zorgaanbieder en worden door de NZa vergeleken met de opgegeven productie om tot kostprijzen
te komen. De samenhang tussen gewerkte uren en normatieve arbeidskosten en andere
kosten zal zo veel mogelijk in lijn zijn met de methodiek die de NZa gebruikt voor
de andere genoemde beroepsbeoefenaren met een eigen praktijk.
f) Bij de toerekening van de kosten naar prestaties worden door de NZa in principe de
tariefverhoudingen van 2024 gebruikt. Het staat de vrijgevestigde vrij om deze verhoudingen
in het uitvraagformulier te wijzigen. Elke vrijgevestigde kan enkel de verhoudingen
aanpassen van de type prestaties die daadwerkelijk geleverd zijn in 2023. De NZa bouwt
controles in en voert, conform toetsingskader in artikel 8, analyses uit op de individuele kostprijzen en uitbijters.