BWBR0050087
Artikel 5
Beleidsregel macrobeheersinstrument verpleging en verzorging 2025
1 De minister bericht de NZa na afloop van 2025 met een realisatiebrief of de collectieve
bovengrens van 2025 is overschreden en, zo ja, welk totaalbedrag door de zorgaanbieders
gezamenlijk in het Zorgverzekeringsfonds moet worden gestort, het doelbedrag.
2 Indien sprake blijkt (te zijn geweest) van een overschrijding van de bovengrens, maakt
de NZa die overschrijding op last van de minister ongedaan met gebruikmaking van het
macrobeheersinstrument. De NZa maakt de beschikking bekend door publicatie op haar
website, toezending aan branche- en koepelorganisaties en door publicatie in de Staatscourant.
3 Indien en nadat de minister aan de NZa heeft meegedeeld dat de in artikel 5.1 genoemde
bovengrens in 2025 niet is overschreden, stelt de NZa de bovengrens ambtshalve gewijzigd
vast in een beschikking, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wmg. De hoogte van deze grens wordt bepaald door de som van de door afzonderlijke zorgaanbieders
gezamenlijk in 2025 gerealiseerde omzetten. Ook deze beschikking maakt de NZa bekend
door publicatie op haar website, toezending aan branche- en koepelorganisaties en
door publicatie in de Staatscourant.
4 Indien en nadat de minister aan de NZa heeft meegedeeld dat de in artikel 5.1 genoemde
bovengrens wel is overschreden en dat er derhalve een doelbedrag moet worden teruggehaald,
stelt de NZa voor elke zorgaanbieder vast welk deel van het doelbedrag aan haar wordt
toegerekend.
5 De individuele grens is, indien de macrogrens is overschreden, gelijk aan het procentuele
aandeel van de gerealiseerde omzet van die zorgaanbieder in de totale omzet van 2025
van alle zorgaanbieders gezamenlijk, vermenigvuldigd met de macrogrens. De NZa rekent
het in artikel 5.4 bedoelde doelbedrag toe door het bedrag van de individuele grens
af te trekken van de door de individuele aanbieder gerealiseerde omzet.
6 De NZa geeft de zorgaanbieder een aanwijzing tot afdracht van het in artikel 5.5 bedoelde
bedrag aan het Zorgverzekeringsfonds. De aanwijzing vermeldt een betalingstermijn.
7 De NZa kan besluiten om voorafgaand aan de in artikel 5.6 bedoelde aanwijzing één
of meer (voorlopige) beschikkingen af te geven.
8 Indien de kosten van de afdracht en inning van het af te dragen bedrag hoger zijn
dan de baten, kan de NZa inning achterwege laten.
9 De NZa neemt bij de toerekening voor het bepalen van de hoogte van de omzet het volgende
onderdeel mee:
– de gerealiseerde omzet uit de prestaties verpleging en verzorging.
10 De NZa legt in de Regeling macrobeheersinstrument verpleging en verzorging 2025 vast
op welke wijze en op welk moment zorgverzekeraars haar over de gerealiseerde omzet
van de zorgaanbieders dienen te informeren.
bovengrens van 2025 is overschreden en, zo ja, welk totaalbedrag door de zorgaanbieders
gezamenlijk in het Zorgverzekeringsfonds moet worden gestort, het doelbedrag.
2 Indien sprake blijkt (te zijn geweest) van een overschrijding van de bovengrens, maakt
de NZa die overschrijding op last van de minister ongedaan met gebruikmaking van het
macrobeheersinstrument. De NZa maakt de beschikking bekend door publicatie op haar
website, toezending aan branche- en koepelorganisaties en door publicatie in de Staatscourant.
3 Indien en nadat de minister aan de NZa heeft meegedeeld dat de in artikel 5.1 genoemde
bovengrens in 2025 niet is overschreden, stelt de NZa de bovengrens ambtshalve gewijzigd
vast in een beschikking, als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wmg. De hoogte van deze grens wordt bepaald door de som van de door afzonderlijke zorgaanbieders
gezamenlijk in 2025 gerealiseerde omzetten. Ook deze beschikking maakt de NZa bekend
door publicatie op haar website, toezending aan branche- en koepelorganisaties en
door publicatie in de Staatscourant.
4 Indien en nadat de minister aan de NZa heeft meegedeeld dat de in artikel 5.1 genoemde
bovengrens wel is overschreden en dat er derhalve een doelbedrag moet worden teruggehaald,
stelt de NZa voor elke zorgaanbieder vast welk deel van het doelbedrag aan haar wordt
toegerekend.
5 De individuele grens is, indien de macrogrens is overschreden, gelijk aan het procentuele
aandeel van de gerealiseerde omzet van die zorgaanbieder in de totale omzet van 2025
van alle zorgaanbieders gezamenlijk, vermenigvuldigd met de macrogrens. De NZa rekent
het in artikel 5.4 bedoelde doelbedrag toe door het bedrag van de individuele grens
af te trekken van de door de individuele aanbieder gerealiseerde omzet.
6 De NZa geeft de zorgaanbieder een aanwijzing tot afdracht van het in artikel 5.5 bedoelde
bedrag aan het Zorgverzekeringsfonds. De aanwijzing vermeldt een betalingstermijn.
7 De NZa kan besluiten om voorafgaand aan de in artikel 5.6 bedoelde aanwijzing één
of meer (voorlopige) beschikkingen af te geven.
8 Indien de kosten van de afdracht en inning van het af te dragen bedrag hoger zijn
dan de baten, kan de NZa inning achterwege laten.
9 De NZa neemt bij de toerekening voor het bepalen van de hoogte van de omzet het volgende
onderdeel mee:
– de gerealiseerde omzet uit de prestaties verpleging en verzorging.
10 De NZa legt in de Regeling macrobeheersinstrument verpleging en verzorging 2025 vast
op welke wijze en op welk moment zorgverzekeraars haar over de gerealiseerde omzet
van de zorgaanbieders dienen te informeren.