BWBR0050068
Artikel 1
Beleidsregel zintuiglijk gehandicaptenzorg
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
NZa: Nederlandse Zorgautoriteit.
Wmg:
Wet marktordening gezondheidszorg.
Zorgaanbieder:
1°. natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg in de zin van
de Wmg verleent als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wmg;
2°. natuurlijk persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt namens,
ten behoeve van of in verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als
bedoeld onder 1°.
Visuele beperking Visuele beperking zoals vastgesteld in de richtlijn visusstoornissen, revalidatie
en verwijzing van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). Er is sprake van
een visuele beperking indien:
1. een gezichtsscherpte van < 0.3 aan het beste oog en
2. een gezichtsveld < 30 graden, of
3. een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde
ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. De diagnostiek van visuele beperkingen
vindt plaats door middel van metingen met een hulpmiddel (bril of lenzen).
Auditieve beperking Auditieve beperking zoals vastgesteld in de richtlijnen van de Nederlandse Federatie
van Audiologische Centra (FENAC) voor vaststelling van een auditieve beperking. Er
is sprake van een auditieve beperking indien:
1. het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het
gehoorverlies bij frequenties van 1.000, 2.000 en 4.000 Hz te middelen, of
2. als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcher index, het
gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1.000 en 2.000 Hz. De mate van gehoorverlies
wordt vastgesteld middels audiometrie van het beste oor, zonder gebruik te maken van
een eventueel hulpmiddel zoals een gehoorapparaat.
Communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis (TOS) TOS zoals vastgesteld in de FENAC-richtlijnen voor diagnostiek voor vaststelling
van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis. Er
is sprake van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis
als de stoornis te herleiden is tot neurobiologische en/of neuropsychologische factoren.
Hiervoor geldt als voorwaarde dat de taalontwikkelingsstoornis primair is, dat wil
zeggen dat andere problematiek (psychiatrisch, fysiologisch, neurologische) ondergeschikt
is aan de taalontwikkelingsstoornis.
Multidisciplinaire behandeling Multidisciplinaire behandeling houdt in dat er verschillende disciplines bij de behandeling
betrokken zijn die in hetzelfde behandelingstraject gelijktijdig en/of sequentieel
interventies inzetten in het kader van zg-zorg.
Multidisciplinair overleg (mdo) Een vooraf geplande overlegsituatie onder regie van de regiebehandelaar waarbij (vanuit
verschillende perspectieven) de diagnostiek en behandelmogelijkheden worden besproken.
Het mdo fungeert als een beslismoment binnen het zorgtraject van de cliënt. Doel is
het komen tot een individueel behandeltraject danwel de evaluatie van de voortgang
en/of afronding daarvan. Het overleg vindt plaats op basis van een duidelijke vraagstelling
en resulteert in een verslaglegging waarin doelstellingen en afspraken zijn vastgelegd.
Systeemgerichte behandeling Gerichte ‘mede’ behandeling van ouders/verzorgenden, kinderen en volwassenen rondom
de persoon met een zintuiglijke beperking, met betrekking tot het leren omgaan met,
het opheffen of het compenseren van de beperking.
Verblijf Er is sprake van verblijf als de cliënt ’s nachts in een instelling verblijft. Hierbij
gaat het om verblijf dat geleverd wordt in combinatie met behandeling zintuiglijk
gehandicapten.
Directe behandeltijd Tijd waarin een hulpverlener direct in contact staat met de cliënt, een groep cliënten
of het cliëntsysteem.
Zorgprogramma Het zorgprogramma beschrijft de behandelaanpak bij een specifieke cliëntengroep.
Deze beschrijving bestaat uit: Kenmerken en factoren van de cliënt en zijn omgeving,
hulpvraag van de cliënt, focus op behandeldoelen en accent van interventies, aanpak
om de hulpvraag van de cliënt te beantwoorden, leveringskenmerken en opbouw van zorgtraject.
Regiebehandelaar De zorgverlener die de regie voert over het zorgproces.
Zorgtraject Een zorgtraject typeert het geheel van prestaties geleverd door een zorgaanbieder,
voortvloeiend uit de zorgvraag van de cliënt.
NZa: Nederlandse Zorgautoriteit.
Wmg:
Wet marktordening gezondheidszorg.
Zorgaanbieder:
1°. natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg in de zin van
de Wmg verleent als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wmg;
2°. natuurlijk persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt namens,
ten behoeve van of in verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als
bedoeld onder 1°.
Visuele beperking Visuele beperking zoals vastgesteld in de richtlijn visusstoornissen, revalidatie
en verwijzing van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). Er is sprake van
een visuele beperking indien:
1. een gezichtsscherpte van < 0.3 aan het beste oog en
2. een gezichtsveld < 30 graden, of
3. een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde
ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. De diagnostiek van visuele beperkingen
vindt plaats door middel van metingen met een hulpmiddel (bril of lenzen).
Auditieve beperking Auditieve beperking zoals vastgesteld in de richtlijnen van de Nederlandse Federatie
van Audiologische Centra (FENAC) voor vaststelling van een auditieve beperking. Er
is sprake van een auditieve beperking indien:
1. het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het
gehoorverlies bij frequenties van 1.000, 2.000 en 4.000 Hz te middelen, of
2. als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcher index, het
gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1.000 en 2.000 Hz. De mate van gehoorverlies
wordt vastgesteld middels audiometrie van het beste oor, zonder gebruik te maken van
een eventueel hulpmiddel zoals een gehoorapparaat.
Communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis (TOS) TOS zoals vastgesteld in de FENAC-richtlijnen voor diagnostiek voor vaststelling
van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis. Er
is sprake van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis
als de stoornis te herleiden is tot neurobiologische en/of neuropsychologische factoren.
Hiervoor geldt als voorwaarde dat de taalontwikkelingsstoornis primair is, dat wil
zeggen dat andere problematiek (psychiatrisch, fysiologisch, neurologische) ondergeschikt
is aan de taalontwikkelingsstoornis.
Multidisciplinaire behandeling Multidisciplinaire behandeling houdt in dat er verschillende disciplines bij de behandeling
betrokken zijn die in hetzelfde behandelingstraject gelijktijdig en/of sequentieel
interventies inzetten in het kader van zg-zorg.
Multidisciplinair overleg (mdo) Een vooraf geplande overlegsituatie onder regie van de regiebehandelaar waarbij (vanuit
verschillende perspectieven) de diagnostiek en behandelmogelijkheden worden besproken.
Het mdo fungeert als een beslismoment binnen het zorgtraject van de cliënt. Doel is
het komen tot een individueel behandeltraject danwel de evaluatie van de voortgang
en/of afronding daarvan. Het overleg vindt plaats op basis van een duidelijke vraagstelling
en resulteert in een verslaglegging waarin doelstellingen en afspraken zijn vastgelegd.
Systeemgerichte behandeling Gerichte ‘mede’ behandeling van ouders/verzorgenden, kinderen en volwassenen rondom
de persoon met een zintuiglijke beperking, met betrekking tot het leren omgaan met,
het opheffen of het compenseren van de beperking.
Verblijf Er is sprake van verblijf als de cliënt ’s nachts in een instelling verblijft. Hierbij
gaat het om verblijf dat geleverd wordt in combinatie met behandeling zintuiglijk
gehandicapten.
Directe behandeltijd Tijd waarin een hulpverlener direct in contact staat met de cliënt, een groep cliënten
of het cliëntsysteem.
Zorgprogramma Het zorgprogramma beschrijft de behandelaanpak bij een specifieke cliëntengroep.
Deze beschrijving bestaat uit: Kenmerken en factoren van de cliënt en zijn omgeving,
hulpvraag van de cliënt, focus op behandeldoelen en accent van interventies, aanpak
om de hulpvraag van de cliënt te beantwoorden, leveringskenmerken en opbouw van zorgtraject.
Regiebehandelaar De zorgverlener die de regie voert over het zorgproces.
Zorgtraject Een zorgtraject typeert het geheel van prestaties geleverd door een zorgaanbieder,
voortvloeiend uit de zorgvraag van de cliënt.