BWBR0050058
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 4.3
Wet NLQF
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in strijd met artikel 4.1of 4.2handelt. Deze boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>, respectievelijk <a href="/wet/BWBR0028570/artikel/27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES</a>of, indien dat passender is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.