BWBR0050022
Artikel 4
Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2025
De bekostiging van huisartsgeneeskundige zorg en multidisciplinaire zorg waarvan huisartsenzorg
onderdeel is (multidisciplinaire eerstelijnszorg) en is opgebouwd rondom drie segmenten,
waarbij ieder segment zijn eigen kenmerken heeft.
Segment 1: Basisvoorziening huisartsenzorg
Het eerste segment richt zich op de basisvoorziening huisartsenzorg. Dit segment heeft
betrekking op zorgvragen en aandoeningen waarvoor de huisarts doorgaans fungeert als
eerste aanspreekpunt voor de patiënt en tevens fungeert als poortwachter. Deze zorgvragen
en aandoeningen kunnen grotendeels binnen de huisartsenpraktijk gediagnosticeerd,
behandeld en begeleid worden.
Segment 1 is opgebouwd rondom vier hoofdelementen: de inschrijving op naam, het consult,
de separate bekostiging van de functie praktijkondersteuner ggz, en een aantal specifieke
verrichtingen. Het kent een hybride karakter van vergoeding op basis van abonnement
en op basis van verrichtingen.
Segment 2: Programmatische multidisciplinaire zorg
Het tweede segment richt zich op multidisciplinaire eerstelijnszorg, waarbij naast
de huisartsenzorg ook andere disciplines betrokken zijn om een integrale behandeling
te leveren. Dit segment heeft betrekking op zorgvragen en aandoeningen die voortkomen
uit specifieke kenmerken van een (in omvang) substantieel deel van de populatie. Een
ondersteuningsstructuur is wenselijk om deze programmatisch vormgegeven zorg te leveren.
Dit segment bestaat uit drie categorieën van prestaties: Organisatie en infrastructuur
(O&I), Segment 2A (S2A) en Segment 2B (S2B).
1.
Organisatie en infrastructuur (O&I)
De prestaties O&I bieden de mogelijkheid om aanvullende vergoedingen per ingeschreven
verzekerde overeen te komen op basis van afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
Deze aanvullende vergoedingen hebben als doel om (multidisciplinaire) samenwerking
tussen huisartsen en andere zorgaanbieders te stimuleren, waarbij de patiënt de voordelen
ervaart van het continue verbeteren van de kwaliteit en/of kosten van zorg.3 Zie verder artikelen 6 en 9.2.
2.
Segment 2A (S2A)
De prestaties uit S2A beschrijven ketenprestaties voor multidisciplinaire samenwerking
bij chronische zorg in het kader van Diabetes Mellitus type 2 (DM2), Chronic Obstructive
Pulmonary Disease (COPD), Vasculair Risicomanagement (VRM) en Astma.
○ Er zijn twee prestaties vastgesteld binnen S2A voor gecontracteerde zorg; één prestatie
voor de ketenzorg DM2 en VRM en één prestatie voor ketenzorg COPD en Astma. Als gevolg
van de introductie van de O&I-prestaties is het uitgangspunt dat de O&I-componenten
geen onderdeel meer zijn van de tarieven die binnen de ketenprestaties worden afgesproken.
Zie verder artikelen 6 en 9.2.
○ Er zijn drie prestaties die het voor niet gecontracteerde zorgaanbieders mogelijk
maken ketenzorg voor DM2, COPD en CVRM-HVZ in rekening te brengen. De O&I-componenten
zijn hier wel onderdeel van de prestatie. Zie verder artikelen 6 en 9.2.
3.
Segment 2B (S2B)
De prestaties uit S2B bieden ruimte voor partijen om programmatische zorg vorm te
geven voor elementen van zorg die nog geen onderdeel uitmaken van de reguliere integrale
bekostiging in S2A. Het gaat hierbij om nieuwe ketens (bijvoorbeeld depressie of programmatische
zorg voor kwetsbare ouderen) of nieuwe elementen van zorg binnen de bestaande ketens
(bijvoorbeeld farmaceutische zorg) waarbij landelijk overeenstemming is over de aanpak
en onderliggende zorgstandaarden. Veldpartijen kunnen de NZa een specifiek verzoek
doen om dit segment te vullen met prestaties die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.
Segment 3: Resultaatbeloning en zorgvernieuwing
Het derde segment biedt de ruimte aan zorgverzekeraars en zorgaanbieders om (belonings)afspraken
te maken over de resultaten van de inzet in huisartsenzorg of multidisciplinaire zorg
of over zorgvernieuwing op lokaal niveau. De afspraken binnen segment 3 kunnen betrekking
hebben op de uitkomsten van zorg geleverd in segment 1 (huisartsenzorg) en segment
2 (multidisciplinaire zorg). Ook de zorgvernieuwing kan op beide domeinen betrekking
hebben. Daarnaast biedt Segment 3 de ruimte aan zorgverzekeraars en zorgaanbieders
om praktijkgebonden afspraken te maken rondom huisartsenzorg of multidisciplinaire
zorg, bijvoorbeeld over het leveren van zorg die niet onder de andere segmenten valt.
Om richting te geven aan de invulling van uitkomstbekostiging zijn separate deelprestaties
ingevoerd voor een aantal specifieke domeinen (adequaat verwijzen & diagnostiek, doelmatig
voorschrijven van geneesmiddelen, service & bereikbaarheid, multidisciplinaire zorg
en stimulering huisartsenzorg in krimpregio’s).
Ruimte voor zorgvernieuwing in Segment 3 wordt geboden middels drie separate prestaties:
e-health, het meekijkconsult en de prestatie overige zorgvernieuwing.
Prestaties buiten segmenten
Prestaties die niet goed in één van de drie segmenten zijn in te passen, worden in
een separaat artikel (artikel 8, prestaties buiten segmenten) beschreven.
onderdeel is (multidisciplinaire eerstelijnszorg) en is opgebouwd rondom drie segmenten,
waarbij ieder segment zijn eigen kenmerken heeft.
Segment 1: Basisvoorziening huisartsenzorg
Het eerste segment richt zich op de basisvoorziening huisartsenzorg. Dit segment heeft
betrekking op zorgvragen en aandoeningen waarvoor de huisarts doorgaans fungeert als
eerste aanspreekpunt voor de patiënt en tevens fungeert als poortwachter. Deze zorgvragen
en aandoeningen kunnen grotendeels binnen de huisartsenpraktijk gediagnosticeerd,
behandeld en begeleid worden.
Segment 1 is opgebouwd rondom vier hoofdelementen: de inschrijving op naam, het consult,
de separate bekostiging van de functie praktijkondersteuner ggz, en een aantal specifieke
verrichtingen. Het kent een hybride karakter van vergoeding op basis van abonnement
en op basis van verrichtingen.
Segment 2: Programmatische multidisciplinaire zorg
Het tweede segment richt zich op multidisciplinaire eerstelijnszorg, waarbij naast
de huisartsenzorg ook andere disciplines betrokken zijn om een integrale behandeling
te leveren. Dit segment heeft betrekking op zorgvragen en aandoeningen die voortkomen
uit specifieke kenmerken van een (in omvang) substantieel deel van de populatie. Een
ondersteuningsstructuur is wenselijk om deze programmatisch vormgegeven zorg te leveren.
Dit segment bestaat uit drie categorieën van prestaties: Organisatie en infrastructuur
(O&I), Segment 2A (S2A) en Segment 2B (S2B).
1.
Organisatie en infrastructuur (O&I)
De prestaties O&I bieden de mogelijkheid om aanvullende vergoedingen per ingeschreven
verzekerde overeen te komen op basis van afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
Deze aanvullende vergoedingen hebben als doel om (multidisciplinaire) samenwerking
tussen huisartsen en andere zorgaanbieders te stimuleren, waarbij de patiënt de voordelen
ervaart van het continue verbeteren van de kwaliteit en/of kosten van zorg.3 Zie verder artikelen 6 en 9.2.
2.
Segment 2A (S2A)
De prestaties uit S2A beschrijven ketenprestaties voor multidisciplinaire samenwerking
bij chronische zorg in het kader van Diabetes Mellitus type 2 (DM2), Chronic Obstructive
Pulmonary Disease (COPD), Vasculair Risicomanagement (VRM) en Astma.
○ Er zijn twee prestaties vastgesteld binnen S2A voor gecontracteerde zorg; één prestatie
voor de ketenzorg DM2 en VRM en één prestatie voor ketenzorg COPD en Astma. Als gevolg
van de introductie van de O&I-prestaties is het uitgangspunt dat de O&I-componenten
geen onderdeel meer zijn van de tarieven die binnen de ketenprestaties worden afgesproken.
Zie verder artikelen 6 en 9.2.
○ Er zijn drie prestaties die het voor niet gecontracteerde zorgaanbieders mogelijk
maken ketenzorg voor DM2, COPD en CVRM-HVZ in rekening te brengen. De O&I-componenten
zijn hier wel onderdeel van de prestatie. Zie verder artikelen 6 en 9.2.
3.
Segment 2B (S2B)
De prestaties uit S2B bieden ruimte voor partijen om programmatische zorg vorm te
geven voor elementen van zorg die nog geen onderdeel uitmaken van de reguliere integrale
bekostiging in S2A. Het gaat hierbij om nieuwe ketens (bijvoorbeeld depressie of programmatische
zorg voor kwetsbare ouderen) of nieuwe elementen van zorg binnen de bestaande ketens
(bijvoorbeeld farmaceutische zorg) waarbij landelijk overeenstemming is over de aanpak
en onderliggende zorgstandaarden. Veldpartijen kunnen de NZa een specifiek verzoek
doen om dit segment te vullen met prestaties die aan bovenstaande voorwaarden voldoen.
Segment 3: Resultaatbeloning en zorgvernieuwing
Het derde segment biedt de ruimte aan zorgverzekeraars en zorgaanbieders om (belonings)afspraken
te maken over de resultaten van de inzet in huisartsenzorg of multidisciplinaire zorg
of over zorgvernieuwing op lokaal niveau. De afspraken binnen segment 3 kunnen betrekking
hebben op de uitkomsten van zorg geleverd in segment 1 (huisartsenzorg) en segment
2 (multidisciplinaire zorg). Ook de zorgvernieuwing kan op beide domeinen betrekking
hebben. Daarnaast biedt Segment 3 de ruimte aan zorgverzekeraars en zorgaanbieders
om praktijkgebonden afspraken te maken rondom huisartsenzorg of multidisciplinaire
zorg, bijvoorbeeld over het leveren van zorg die niet onder de andere segmenten valt.
Om richting te geven aan de invulling van uitkomstbekostiging zijn separate deelprestaties
ingevoerd voor een aantal specifieke domeinen (adequaat verwijzen & diagnostiek, doelmatig
voorschrijven van geneesmiddelen, service & bereikbaarheid, multidisciplinaire zorg
en stimulering huisartsenzorg in krimpregio’s).
Ruimte voor zorgvernieuwing in Segment 3 wordt geboden middels drie separate prestaties:
e-health, het meekijkconsult en de prestatie overige zorgvernieuwing.
Prestaties buiten segmenten
Prestaties die niet goed in één van de drie segmenten zijn in te passen, worden in
een separaat artikel (artikel 8, prestaties buiten segmenten) beschreven.