BWBR0050016
Artikel 9
Beleidsregel bijzondere tandheelkunde instellingen
In afwijking van het aan de richtlijnen afschrijving en rente ten grondslag liggende
uitgangspunt van de historische kostprijs, is een indexering van de kosten van huur
en erfpacht van onroerend goed aanvaardbaar, mits aan de volgende voorwaarden wordt
voldaan. Deze voorwaarden zijn:
a. Het onroerend goed wordt voor gebruik ter beschikking gesteld door of namens een (rechts)persoon
met een op winst gerichte doelstelling.
b. Het onroerend goed wordt voor gebruik ter beschikking gesteld door of namens een (rechts)persoon
met een niet op winst gerichte doelstelling, alsmede door of namens gemeenten en andere
publiekrechtelijke rechtspersonen, mits het onroerend goed:
– afkomstig is van buiten de gezondheidszorg in ruime zin, dat wil zeggen, niet reeds
heeft gediend voor activiteiten waarvan bekostiging thans plaatsvindt vanwege ziektekostenverzekering
of Wlz;
– niet is verworven met het oog op gebruik in het kader van de gezondheidszorg.
c. Zowel in geval a als b, maar met uitzondering van de situatie waarin de overheid als
erfpachter optreedt, geldt dat het eigendom van het onroerend goed niet direct of
indirect berust bij het orgaan voor gezondheidszorg of de rechtspersoon waarvan het
orgaan voor gezondheidszorg uitgaat.
De gehanteerde indexering mag ten hoogste bedragen:
– voor erfpacht: de consumentenprijsindex (CPI-Werknemers Laag) van het CBS;
– voor huur: de consumentenprijsindex (CPI-Werknemers Laag) van het CBS, hetzij het
wettelijk toegestane verhogings-percentage, hetzij het percentage dat resulteert uit
een recentelijk geadviseerd huurbedrag door de huurcommissie of indien een dergelijk
percentage niet beschikbaar is, het percentage dat resulteert uit de huur die wordt
vastgesteld door drie makelaars, één aan te wijzen door de verhuurder en één aan te
wijzen door de huurder en één aan te wijzen door beide voornoemde makelaars.
Voor de toepassing van deze richtlijn geldt dat overname van een instelling door een
andere rechtspersoon, wijzigingen van rechtsovername of andere juridische constructie
alleen, niet kunnen leiden tot een wijziging van de aanvaardbare kosten of tarieven
van een instelling van gezondheidszorg. In twijfelgevallen is de strekking van de
richtlijn doorslaggevend.
uitgangspunt van de historische kostprijs, is een indexering van de kosten van huur
en erfpacht van onroerend goed aanvaardbaar, mits aan de volgende voorwaarden wordt
voldaan. Deze voorwaarden zijn:
a. Het onroerend goed wordt voor gebruik ter beschikking gesteld door of namens een (rechts)persoon
met een op winst gerichte doelstelling.
b. Het onroerend goed wordt voor gebruik ter beschikking gesteld door of namens een (rechts)persoon
met een niet op winst gerichte doelstelling, alsmede door of namens gemeenten en andere
publiekrechtelijke rechtspersonen, mits het onroerend goed:
– afkomstig is van buiten de gezondheidszorg in ruime zin, dat wil zeggen, niet reeds
heeft gediend voor activiteiten waarvan bekostiging thans plaatsvindt vanwege ziektekostenverzekering
of Wlz;
– niet is verworven met het oog op gebruik in het kader van de gezondheidszorg.
c. Zowel in geval a als b, maar met uitzondering van de situatie waarin de overheid als
erfpachter optreedt, geldt dat het eigendom van het onroerend goed niet direct of
indirect berust bij het orgaan voor gezondheidszorg of de rechtspersoon waarvan het
orgaan voor gezondheidszorg uitgaat.
De gehanteerde indexering mag ten hoogste bedragen:
– voor erfpacht: de consumentenprijsindex (CPI-Werknemers Laag) van het CBS;
– voor huur: de consumentenprijsindex (CPI-Werknemers Laag) van het CBS, hetzij het
wettelijk toegestane verhogings-percentage, hetzij het percentage dat resulteert uit
een recentelijk geadviseerd huurbedrag door de huurcommissie of indien een dergelijk
percentage niet beschikbaar is, het percentage dat resulteert uit de huur die wordt
vastgesteld door drie makelaars, één aan te wijzen door de verhuurder en één aan te
wijzen door de huurder en één aan te wijzen door beide voornoemde makelaars.
Voor de toepassing van deze richtlijn geldt dat overname van een instelling door een
andere rechtspersoon, wijzigingen van rechtsovername of andere juridische constructie
alleen, niet kunnen leiden tot een wijziging van de aanvaardbare kosten of tarieven
van een instelling van gezondheidszorg. In twijfelgevallen is de strekking van de
richtlijn doorslaggevend.