Totstandkoming tarieven Geen andere versie om mee te vergelijken 5.1 Tariefaanvraag Om rechtsgeldig een individueel vast toeslagtarief voor de haal- en/of brengservice (met prestatiecode JTV010) en/of de instellingstoeslag (met prestatiecode JTV001) in rekening te kunnen brengen moet de instelling voor jeugdtandverzorging hiervoor een rechtsgeldige tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben gekregen. Hiertoe dient de instelling voor jeugdtandverzorging jaarlijks, samen met twee representerende zorgverzekeraars, een aanvraag in. Voor het tariefverzoek moet de begroting van verwachte kosten en productie van de haal- en/of brengservice, de onderbouwing voor de hoogte van de overeengekomen instellingstoeslag en de overeenkomst met de zorgverzekeraars worden meegestuurd. 5.2 Voorwaarden individueel vast toeslagtarief haal- en/of brengservice en instellingstoeslag Een (nieuw) individueel vast toeslagtarief voor de haal- en/of brengservice en de instellingstoeslag wordt alleen afgegeven indien de instelling minimaal een verzoek tot definitieve verrekening van het jaar (t-2) en voorafgaande jaren heeft ingediend (zie hierna onder paragraaf 5.6). 5.3 Berekening van het individueel vast toeslagtarief voor de haal- en/of brengservice 5.3.1 Tariefberekening De hoogte van het individueel vast toeslagtarief voor de haal- en/of brengservice wordt berekend door de totale begrote aanvaardbare kosten voor de haal- en/of brengservice te delen door het aantal periodieke controles bij patiënten die gebruik maken van de haal- en/of brengservice. Het toeslagtarief is een individueel vast tarief per instelling. Een instelling voor jeugdtandverzorging mag in combinatie met een periodieke controle van een patiënt tot 18 jaar (C001 of C002) een tarieftoeslag voor de haal- en/of brengservice in rekening brengen. 5.3.2 Toetsingskader Haalservice De kosten voor de haalservice worden vooraf per instelling bepaald op basis van een begroting van de totale, verwachte kosten voor het vervoer van de patiënten van de (basis)school naar de behandelplaats en terug. Aanvaardbaar zijn de totale kosten van het vervoer van de patiënten van de (basis)school naar de behandelplaats en terug (zowel in eigen beheer als niet in eigen beheer) tot maximaal de kosten indien dit vervoer door derden zou worden verzorgd. De maximumbedragen luiden als volgt (definitief niveau 2024): zitplaatscapaciteit rijdend materieel per inzetdag rijdend materieel per gereden km rijdend materieel per chauffeursuur t/m 8 zitplaatsen minibus rolstoelbus € 101,27 € 115,90 € 0,34 € 0,34 € 31,21 € 31,28 9-26 zitplaatsen € 154,53 € 0,45 € 40,22 Deze bedragen zijn exclusief BTW. De bedragen per inzetdag of per gereden kilometer rijdend materieel worden jaarlijks aangepast met de prijsstijging particuliere consumptie (ppc) volgens het Centraal Economisch Plan (CEP). De bedragen per chauffeursuur worden jaarlijks aangepast op basis van de door de Minister van VWS voor het betreffende jaar aangegeven overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (ova). De totale, werkelijke salariskosten van een chauffeur bedraagt maximaal € 45.904,- en van een begeleider maximaal € 41.249,- per jaar op fulltime basis (definitief niveau 2024). Deze bedragen worden jaarlijks aangepast met de mutatie volgens het ova-percentage. De kosten voor de haalservice kunnen maximaal worden verhoogd met een toeslagpercentage van 15% voor overheadkosten. Brengservice De kosten voor de brengservice worden vooraf per instelling bepaald op basis van een begroting van het verschil tussen de totale, werkelijke exploitatiekosten (inclusief kosten van instrumentarium) per (tandarts)stoel in een dental-car of andere mobiele praktijkruimte van de desbetreffende dienst en het jaarlijks vast te stellen franchisebedrag per stoel. Het franchisebedrag bedraagt € 29.618,- (definitief niveau 2024). Het franchisebedrag per stoel wordt jaarlijks aangepast met de mutatie volgens het ppc-percentage. Indien de exploitatiekosten per stoel hoger zijn dan het franchisebedrag per stoel kan het verschil maximaal worden verhoogd met een toeslagpercentage van 15% voor overheadkosten. De NZa zal de bedragen van het toetsingskader voor het individueel vast toeslagtarief voor de haal- en/of brengservice jaarlijks per 1 januari van het jaar (t+1) actualiseren voor de loon- en prijsstijgingen volgens de betreffende indexen. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering . 5.4 Instellingstoeslag De tarieven voor tandheelkundige hulp aan jeugdige patiënten tot 18 jaar, met uitzondering van de techniekkosten, kosten implantanten, stiften, laboratoriumkosten en materiaalkosten voor regeneratietechnieken, kunnen worden verhoogd met een instellingstoeslag van maximaal 10% voor de behandeling van risicogroepen. Voorwaarde hiervoor is dat de NZa op grond van een onderbouwde aanvraag hiervoor een tariefbeschikking heeft afgegeven. 5.5 Nacalculatie Op grond van de hierboven vastgelegde systematiek wordt een individueel vast toeslagtarief voor de haal- en/of brengservice op voorcalculatorisch niveau jaar t vastgesteld. Achteraf vindt een verrekening plaats van de daadwerkelijke kosten en productie jaar t, rekening houdend met het in artikel 5.3.2 beschreven toetsingskader. De wijze van verrekening is afhankelijk van de hieronder beschreven situaties: a. De instelling blijft tandheelkundige hulp aan patiënten tot 18 jaar leveren op basis van het individueel vast toeslagtarief (JTV010) Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve tariefniveau jaar t leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort of overschot). De hoogte van het te verrekenen bedrag zal worden verrekend via een tijdelijke toeslag of aftrek op het individueel vast toeslagtarief voor jaar t+1 of jaar t+2. b. De instelling fuseert met een andere instelling en levert de tandheelkundige zorg aan patiënten tot 18 jaar op basis van het individueel vast toeslagtarief (JTV010) van de overnemende instelling Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve tariefniveau jaar t van de overgenomen instelling leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort of overschot). De hoogte van het te verrekenen bedrag voor de overgenomen instelling zal worden verrekend via een tijdelijke toeslag of aftrek op het individueel vast toeslagtarief van de overnemende instelling voor jaar t+1 of jaar t+2. c. De instelling blijft tandheelkundige zorg aan patiënten tot 18 jaar leveren op basis van alleen de instellingstoeslag (JTV001) Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve tariefniveau jaar t leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort of overschot). c.1 Bij een opbrengsttekort: De NZa legt op basis van artikel 56b Wmg de definitieve verrekenbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking voor de instelling. Op basis van deze beschikking kan de instelling het door de NZa berekende (resterende) opbrengsttekort in rekening brengen bij de zorgverzekeraar. De NZa berekent het definitief in rekening te brengen bedrag per zorgverzekeraar naar rato van hun definitieve marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per zorgverzekeraar de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens berekent de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar. c.2 Bij een opbrengstoverschot: De NZa legt op basis van artikel 56b Wmg de definitieve vereffeningsbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking voor de instelling. Op basis van deze beschikking kan de zorgverzekeraar het door de NZa berekende (resterende) opbrengstoverschot bij de instelling terug doen vorderen. De NZa berekent het definitief terug te vorderen bedrag per zorgverzekeraar naar rato van hun definitieve marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per zorgverzekeraar de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens berekent de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar. d. De instelling gaat failliet of stopt met het leveren van tandheelkundige zorg aan patiënten tot 18 jaar Indien de rechtbank het faillissement van de instelling uitspreekt en een curator benoemt, legt de NZa op verzoek van de failliete instelling, de namens de failliete instelling handelende curator of de zorgverzekeraar op basis van artikel 56b Wmg de definitieve verrekenbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking voor de instelling. De NZa berekent zowel in het geval van faillissement of het stoppen met de zorglevering het definitief terug te vorderen bedrag (bij een opbrengstoverschot) of het in rekening te brengen bedrag (bij een opbrengsttekort) per zorgverzekeraar naar rato van hun definitieve marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per zorgverzekeraar de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens berekent de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar. Ten behoeve van de nacalculatie dient de instelling voor jeugdtandverzorging de jaarrekening over het jaar t alsmede het bijbehorende verantwoordingsformulier te overleggen. De jaarrekening en het bijbehorende verantwoordingsformulier bevat de volgende, door een (externe) accountant gecontroleerde cijfers; – De totale opbrengsten, uitgesplitst naar tandheelkundige verrichtingen en tandtechnische werkzaamheden; – De totale exploitatiekosten; – Het aantal gedeclareerde toeslagen; – Het aantal behandelde kinderen. De verantwoordelijkheid van de accountant is daarbij het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van zijn controle. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s van fraude of fouten. Uiteindelijk zal de accountant op basis van zijn controlewerkzaamheden een oordeel moeten geven of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen en van het resultaat. Instellingen voor jeugdtandverzorging die niet zelfstandig opereren en op grond van (andere) wet- en regelgeving niet verplicht zijn om een alleen op deze instelling voor jeugdtandverzorging betrekking hebbende jaarrekening op te stellen, dienen – in plaats van de jaarrekening – minimaal een door een (externe) accountant opgesteld rapport van feitelijke bevindingen ten aanzien van de hierboven genoemde gegevens te verstrekken. Het rapport van feitelijke bevindingen moet voldoende gedetailleerd een beschrijving van het doel en van de overeengekomen werkzaamheden geven, teneinde de gebruiker in staat te stellen de aard en de reikwijdte van de uitgevoerde werkzaamheden te begrijpen. 5.6 Vaststelling individueel vast toeslagtarief haal- en/of brengservice én instellingstoeslag De NZa geeft jaarlijks aan een instelling, op aanvraag en na goedkeuring, een individueel vast toeslagtarief af vóór 1 januari van het jaar (t+1). Hiervoor dient de tariefaanvraag door instelling en representerende zorgverzekeraars uiterlijk 1 oktober in het jaar (t) tweezijdig en volledig te zijn ingediend. Instelling en representerende zorgverzekeraars kunnen vóór 1 december van het jaar (t) een onderbouwd verzoek tot verlenging van de lopende tariefbeschikking indienen. De NZa kan daarop de geldigheidsduur van de lopende tariefbeschikking met maximaal zes maanden verlengen tot uiterlijk 1 juli van het jaar (t+1). Indien instelling en representerende zorgverzekeraars verzuimen het verzoek tot vaststelling van het individueel vast toeslagtarief haal- en/of brengservice én instellingstoeslag tijdig in te dienen of de verlenging van de geldigheidsduur van de lopende tariefbeschikking is ontoereikend, geldt dat de instelling voor jeugdtandverzorging geen recht meer heeft op declaratie van het individueel vast toeslagtarief voor de haal- en/of brengservice en/of de instellingstoeslag.