BWBR0050014
Artikel 1
Beleidsregel tandheelkundige zorg
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
Inkomensbestanddeel: Het aandeel van de arbeidskostencomponent in het (maximum) tarief, dat aanbieders
van tandheelkundige zorg in rekening mogen brengen.
Praktijkkostenbestanddeel: Het aandeel van de praktijkkosten in het (maximum) tarief, dat aanbieders van tandheelkundige
zorg in rekening mogen brengen.
Rekenomzet: De som van het inkomensbestanddeel en het praktijkkostenbestanddeel.
Rekennorm: Begripsaanduiding voor het aantal punten per jaar.
Puntwaarde: De uitkomst van de rekenomzet gedeeld door de rekennorm.
Laboratoriumkosten: De laboratoriumkosten van het externe bacteriologisch laboratoriumonderzoek die specifiek
toe te rekenen zijn aan de betreffende prestatie. Bij de prestaties waarbij dit van
toepassing kan zijn staat dit in de onderhavige beleidsregel en tariefbeschikking
aangegeven met een tweetal sterretjes (**).
De laboratoriumkosten dienen per gedeclareerde prestatie gespecificeerd te worden
op de nota aan de patiënt en mogen niet hoger zijn dan de door de zorgaanbieder betaalde
en/of verschuldigde kosten voor inkoop. De zorgaanbieder is verplicht om op verzoek
van de patiënt of diens verzekeraar de nota van het bacteriologisch laboratorium te
overleggen.
Voor nadere transparantievoorschriften ten aanzien van het specificeren en inzichtelijk
maken van laboratoriumkosten wordt verwezen naar de Regeling mondzorg.
Materiaal- en/of techniekkosten: De kosten van tandtechniek die noodzakelijk zijn voor de behandeling en extra zijn
ingekocht door de zorgaanbieder en de kosten van de materialen die specifiek toe te
rekenen zijn aan de betreffende prestatie. Hier worden expliciet niet de verbruiksmaterialen
bedoeld. Bij de prestaties waarbij materiaal- en/of techniekkosten afzonderlijk in
rekening kunnen worden gebracht, staat dit in de onderhavige beleidsregel en tariefbeschikking
aangegeven met één sterretje (*).
Toelichting
Met bovengenoemde regel mogen de materialen in rekening worden gebracht die gebruikt
worden bij de behandeling van een patiënt in de praktijk én die met of voor de patiënt
de praktijk verlaten.
Niet in rekening te brengen (dus ook niet in het geval dat materiaal- en/of techniekkosten
wel apart in rekening gebracht mogen worden – zichtbaar aan het * achter de prestatiecode)
zijn verbruiksmaterialen. Hieronder worden verstaan: alle materialen die bij een behandeling
van een patiënt in de praktijk worden gebruikt en die niet speciaal voor de patiënt
gemaakt zijn en die niet met of voor de patiënt de praktijk verlaten.
De materiaal- en/of techniekkosten dienen per gedeclareerde prestatie gespecificeerd
te worden en mogen niet hoger zijn dan de daarvoor door de zorgaanbieder aan de tandtechnicus/het
tandtechnisch laboratorium betaalde en/of verschuldigde netto kosten voor inkoop.
Onder netto kosten voor inkoop wordt verstaan: de inkoopprijs na aftrek van kortingen
en bonussen die verband houden met de aanschaf van materialen en technieken. De zorgaanbieder
is verplicht om op verzoek van de patiënt of diens verzekeraar de nota van de tandtechnicus/het
tandtechnisch laboratorium over te leggen.
Indien de zorgaanbieder de tandtechnische werkstukken zelf vervaardigt, is deze verplicht
aan de patiënt of diens verzekeraar de techniekkosten te specificeren conform de bepalingen
in de Beleidsregel tandtechniek in eigen beheer.
Voor nadere transparantie voorschriften ten aanzien van het specificeren en inzichtelijk
maken van materiaal- en/of techniekkosten wordt verwezen naar de Regeling Mondzorg.
Achtergrond en doel van de regel
De prestatielijst voor de mondzorg kent al geruime tijd de regel dat bij verschillende
prestaties de van toepassing zijnde materiaal- en/of techniekkosten separaat tegen
(maximaal) de netto kosten voor inkoop in rekening mogen worden gebracht. Deze kosten
zijn buiten het (reguliere) tarief van de prestatie gehouden om ervoor te zorgen dat
zowel de variatie als de veranderingen in kosten terugkomen in de uiteindelijke prijs
voor de consument: de komst van andere, nieuwe materialen wordt niet bemoeilijkt door
een maximumtarief en de keuze voor een goedkoper product geeft de consument ook altijd
daadwerkelijk een financieel voordeel. (Om aan de genoemde uitgangspunten tegemoet
te komen, geldt de regel dat (maximaal) de netto kosten voor inkoop in rekening mogen
worden gebracht. Ook indien op indirecte manier inkoopvoordelen worden verkregen –
in de vorm van een assortimentskorting, gratis apparatuur of anderszins – dient de
zorgaanbieder deze op de in rekening gebrachte kosten in mindering te brengen. De
hoofdregel is dat de zorgaanbieder geen winst maakt op de door hem ingekochte en vervolgens
bij de patiënt of diens verzekeraar in rekening gebrachte materialen en technieken.)
Inkoopsituaties
Bij de hierboven genoemde regel wordt als tandtechnicus/tandtechnisch laboratorium
aangemerkt: de tandtechnicus die/het tandtechnisch laboratorium dat de techniekstukken
heeft vervaardigd. De zorgaanbieder dient uit te gaan van de door deze leverancier
in rekening gebrachte netto kosten.
De daadwerkelijke levering van materiaal of techniek aan de zorgaanbieder kan echter
ook via een derde plaatsvinden. Wanneer levering plaatsvindt via een aan de zorgaanbieder
gelieerde derde dient de zorgaanbieder uit te gaan van de door die derde aan díens
leverancier (en dus de vervaardiger van het materiaal en/of de techniek) betaalde
en/of verschuldigde netto kosten voor inkoop. De door deze derde aan de zorgaanbieder
berekende extra kosten (dat wil zeggen: de kosten bovenop díens netto kosten voor
inkoop bij zijn leverancier) kunnen door de zorgaanbieder enkel ook in rekening worden
gebracht als die extra kosten een reële economische waarde vertegenwoordigen. (In
het geval levering plaatsvindt via bijvoorbeeld een aan de zorgaanbieder gelieerde
distributeur, betekent dit dat de zorgaanbieder dient uit te gaan van de netto kosten
voor inkoop van deze distributeur. Zijn netto kosten voor inkoop kunnen slechts worden
vermeerderd met de door de distributeur gemaakte extra kosten mits deze een reële
economische waarde vertegenwoordigen.)
De regel brengt met zich mee dat het plaatsen van een op enigerlei wijze aan de zorgaanbieder
gelieerde rechtspersoon tussen de ‘zorgaanbieder’ en de ‘oorspronkelijke vervaardiger’
of een ‘niet-gelieerde leverancier’, waarvan het effect is dat de inkoopprijs (voor
de zorgaanbieder) wordt verhoogd en daarmee financieel voordeel wordt behaald door
deze zorgaanbieder, er niet toe kan leiden dat de door deze gelieerde rechtspersoon
in rekening gebrachte kosten mogen worden doorberekend door de zorgaanbieder aan de
consument. De extra kosten van die rechtspersoon (bovenop diens kosten voor inkoop)
vertegenwoordigen dan immers geen reële economische waarde en dat betekent dat de
prijs voor de consument hoger wordt dan redelijkerwijs nodig is.
Inkomensbestanddeel: Het aandeel van de arbeidskostencomponent in het (maximum) tarief, dat aanbieders
van tandheelkundige zorg in rekening mogen brengen.
Praktijkkostenbestanddeel: Het aandeel van de praktijkkosten in het (maximum) tarief, dat aanbieders van tandheelkundige
zorg in rekening mogen brengen.
Rekenomzet: De som van het inkomensbestanddeel en het praktijkkostenbestanddeel.
Rekennorm: Begripsaanduiding voor het aantal punten per jaar.
Puntwaarde: De uitkomst van de rekenomzet gedeeld door de rekennorm.
Laboratoriumkosten: De laboratoriumkosten van het externe bacteriologisch laboratoriumonderzoek die specifiek
toe te rekenen zijn aan de betreffende prestatie. Bij de prestaties waarbij dit van
toepassing kan zijn staat dit in de onderhavige beleidsregel en tariefbeschikking
aangegeven met een tweetal sterretjes (**).
De laboratoriumkosten dienen per gedeclareerde prestatie gespecificeerd te worden
op de nota aan de patiënt en mogen niet hoger zijn dan de door de zorgaanbieder betaalde
en/of verschuldigde kosten voor inkoop. De zorgaanbieder is verplicht om op verzoek
van de patiënt of diens verzekeraar de nota van het bacteriologisch laboratorium te
overleggen.
Voor nadere transparantievoorschriften ten aanzien van het specificeren en inzichtelijk
maken van laboratoriumkosten wordt verwezen naar de Regeling mondzorg.
Materiaal- en/of techniekkosten: De kosten van tandtechniek die noodzakelijk zijn voor de behandeling en extra zijn
ingekocht door de zorgaanbieder en de kosten van de materialen die specifiek toe te
rekenen zijn aan de betreffende prestatie. Hier worden expliciet niet de verbruiksmaterialen
bedoeld. Bij de prestaties waarbij materiaal- en/of techniekkosten afzonderlijk in
rekening kunnen worden gebracht, staat dit in de onderhavige beleidsregel en tariefbeschikking
aangegeven met één sterretje (*).
Toelichting
Met bovengenoemde regel mogen de materialen in rekening worden gebracht die gebruikt
worden bij de behandeling van een patiënt in de praktijk én die met of voor de patiënt
de praktijk verlaten.
Niet in rekening te brengen (dus ook niet in het geval dat materiaal- en/of techniekkosten
wel apart in rekening gebracht mogen worden – zichtbaar aan het * achter de prestatiecode)
zijn verbruiksmaterialen. Hieronder worden verstaan: alle materialen die bij een behandeling
van een patiënt in de praktijk worden gebruikt en die niet speciaal voor de patiënt
gemaakt zijn en die niet met of voor de patiënt de praktijk verlaten.
De materiaal- en/of techniekkosten dienen per gedeclareerde prestatie gespecificeerd
te worden en mogen niet hoger zijn dan de daarvoor door de zorgaanbieder aan de tandtechnicus/het
tandtechnisch laboratorium betaalde en/of verschuldigde netto kosten voor inkoop.
Onder netto kosten voor inkoop wordt verstaan: de inkoopprijs na aftrek van kortingen
en bonussen die verband houden met de aanschaf van materialen en technieken. De zorgaanbieder
is verplicht om op verzoek van de patiënt of diens verzekeraar de nota van de tandtechnicus/het
tandtechnisch laboratorium over te leggen.
Indien de zorgaanbieder de tandtechnische werkstukken zelf vervaardigt, is deze verplicht
aan de patiënt of diens verzekeraar de techniekkosten te specificeren conform de bepalingen
in de Beleidsregel tandtechniek in eigen beheer.
Voor nadere transparantie voorschriften ten aanzien van het specificeren en inzichtelijk
maken van materiaal- en/of techniekkosten wordt verwezen naar de Regeling Mondzorg.
Achtergrond en doel van de regel
De prestatielijst voor de mondzorg kent al geruime tijd de regel dat bij verschillende
prestaties de van toepassing zijnde materiaal- en/of techniekkosten separaat tegen
(maximaal) de netto kosten voor inkoop in rekening mogen worden gebracht. Deze kosten
zijn buiten het (reguliere) tarief van de prestatie gehouden om ervoor te zorgen dat
zowel de variatie als de veranderingen in kosten terugkomen in de uiteindelijke prijs
voor de consument: de komst van andere, nieuwe materialen wordt niet bemoeilijkt door
een maximumtarief en de keuze voor een goedkoper product geeft de consument ook altijd
daadwerkelijk een financieel voordeel. (Om aan de genoemde uitgangspunten tegemoet
te komen, geldt de regel dat (maximaal) de netto kosten voor inkoop in rekening mogen
worden gebracht. Ook indien op indirecte manier inkoopvoordelen worden verkregen –
in de vorm van een assortimentskorting, gratis apparatuur of anderszins – dient de
zorgaanbieder deze op de in rekening gebrachte kosten in mindering te brengen. De
hoofdregel is dat de zorgaanbieder geen winst maakt op de door hem ingekochte en vervolgens
bij de patiënt of diens verzekeraar in rekening gebrachte materialen en technieken.)
Inkoopsituaties
Bij de hierboven genoemde regel wordt als tandtechnicus/tandtechnisch laboratorium
aangemerkt: de tandtechnicus die/het tandtechnisch laboratorium dat de techniekstukken
heeft vervaardigd. De zorgaanbieder dient uit te gaan van de door deze leverancier
in rekening gebrachte netto kosten.
De daadwerkelijke levering van materiaal of techniek aan de zorgaanbieder kan echter
ook via een derde plaatsvinden. Wanneer levering plaatsvindt via een aan de zorgaanbieder
gelieerde derde dient de zorgaanbieder uit te gaan van de door die derde aan díens
leverancier (en dus de vervaardiger van het materiaal en/of de techniek) betaalde
en/of verschuldigde netto kosten voor inkoop. De door deze derde aan de zorgaanbieder
berekende extra kosten (dat wil zeggen: de kosten bovenop díens netto kosten voor
inkoop bij zijn leverancier) kunnen door de zorgaanbieder enkel ook in rekening worden
gebracht als die extra kosten een reële economische waarde vertegenwoordigen. (In
het geval levering plaatsvindt via bijvoorbeeld een aan de zorgaanbieder gelieerde
distributeur, betekent dit dat de zorgaanbieder dient uit te gaan van de netto kosten
voor inkoop van deze distributeur. Zijn netto kosten voor inkoop kunnen slechts worden
vermeerderd met de door de distributeur gemaakte extra kosten mits deze een reële
economische waarde vertegenwoordigen.)
De regel brengt met zich mee dat het plaatsen van een op enigerlei wijze aan de zorgaanbieder
gelieerde rechtspersoon tussen de ‘zorgaanbieder’ en de ‘oorspronkelijke vervaardiger’
of een ‘niet-gelieerde leverancier’, waarvan het effect is dat de inkoopprijs (voor
de zorgaanbieder) wordt verhoogd en daarmee financieel voordeel wordt behaald door
deze zorgaanbieder, er niet toe kan leiden dat de door deze gelieerde rechtspersoon
in rekening gebrachte kosten mogen worden doorberekend door de zorgaanbieder aan de
consument. De extra kosten van die rechtspersoon (bovenop diens kosten voor inkoop)
vertegenwoordigen dan immers geen reële economische waarde en dat betekent dat de
prijs voor de consument hoger wordt dan redelijkerwijs nodig is.