BWBR0050006
Artikel 5
Beleidsregel verloskunde
In dit artikel worden de onderdelen voor de vaststelling van de tariefopbouw weergegeven.
1.
Basis verloskundige zorgprestaties
a.
Arbeidskostencomponent
De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024).
b.
Praktijkkostenbestanddeel
Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau
2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c.
Rekennorm
De rekennorm bedraagt 106,6 zorgeenheden per jaar.
2.
Overige (aanvullende) verloskundige zorgprestaties
a.
Termijnecho om vast te stellen hoe lang iemand zwanger is/specifieke diagnose echo/echo
ter controle van de ligging van een IUD (spiraaltje)
Het rekeninkomen bedraagt € 2.987 (definitief niveau 2024). In de berekening van het
rekeninkomen voor de echo wordt uitgegaan van het inkomensbestanddeel van het maximumtarief
per bevalling. Dit zijn 261 werkbare dagen van 8 uur, 15 minuten meerwerk van de verloskundige
per echo en 172 echo's per verloskundige (143 eerste echo's en 29 tweede en volgende
echo's).
De rekenkosten bedragen € 5.606 (definitief niveau 2024). In de berekening van de
rekenkosten voor de echo (investeringskosten en de materiaalkosten) is uitgegaan van
één echoapparaat per 2,5 verloskundigen.
De rekennorm bedraagt 143 abonnementen per jaar.
b.
Het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging
De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024).
Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau
2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
De rekennorm bedraagt 1.540 werkbare uren.
c.
Cardiotocogram (ctg) bij minder leven, naderende serotiniteit en het van buitenaf
draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging.
De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt 14,32% van de arbeidskostencomponent
zoals bedoeld in artikel 5.1.a.
Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 50.571 (definitief niveau
2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:
– personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498
De rekennorm bedraagt 250 ctg’s per jaar.
3.
Indexatie van inkomens- en praktijkkostenbestanddeel ter vaststelling van de tariefopbouw
Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel
plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.
1.
Basis verloskundige zorgprestaties
a.
Arbeidskostencomponent
De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024).
b.
Praktijkkostenbestanddeel
Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau
2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c.
Rekennorm
De rekennorm bedraagt 106,6 zorgeenheden per jaar.
2.
Overige (aanvullende) verloskundige zorgprestaties
a.
Termijnecho om vast te stellen hoe lang iemand zwanger is/specifieke diagnose echo/echo
ter controle van de ligging van een IUD (spiraaltje)
Het rekeninkomen bedraagt € 2.987 (definitief niveau 2024). In de berekening van het
rekeninkomen voor de echo wordt uitgegaan van het inkomensbestanddeel van het maximumtarief
per bevalling. Dit zijn 261 werkbare dagen van 8 uur, 15 minuten meerwerk van de verloskundige
per echo en 172 echo's per verloskundige (143 eerste echo's en 29 tweede en volgende
echo's).
De rekenkosten bedragen € 5.606 (definitief niveau 2024). In de berekening van de
rekenkosten voor de echo (investeringskosten en de materiaalkosten) is uitgegaan van
één echoapparaat per 2,5 verloskundigen.
De rekennorm bedraagt 143 abonnementen per jaar.
b.
Het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging
De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024).
Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau
2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
De rekennorm bedraagt 1.540 werkbare uren.
c.
Cardiotocogram (ctg) bij minder leven, naderende serotiniteit en het van buitenaf
draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging.
De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt 14,32% van de arbeidskostencomponent
zoals bedoeld in artikel 5.1.a.
Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 50.571 (definitief niveau
2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen:
– personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498
De rekennorm bedraagt 250 ctg’s per jaar.
3.
Indexatie van inkomens- en praktijkkostenbestanddeel ter vaststelling van de tariefopbouw
Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel
plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.