BWBR0050006
Geldig vanaf 01-01-2025
Artikel 5
Beleidsregel verloskunde
In dit artikel worden de onderdelen voor de vaststelling van de tariefopbouw weergegeven.
1. Basis verloskundige zorgprestaties a. Arbeidskostencomponent De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024).
b. Praktijkkostenbestanddeel Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c. Rekennorm De rekennorm bedraagt 106,6 zorgeenheden per jaar.
a. Arbeidskostencomponent De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024).
b. Praktijkkostenbestanddeel Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c. Rekennorm De rekennorm bedraagt 106,6 zorgeenheden per jaar.
2. Overige (aanvullende) verloskundige zorgprestaties a. Termijnecho om vast te stellen hoe lang iemand zwanger is/specifieke diagnose echo/echo ter controle van de ligging van een IUD (spiraaltje) Het rekeninkomen bedraagt € 2.987 (definitief niveau 2024). In de berekening van het rekeninkomen voor de echo wordt uitgegaan van het inkomensbestanddeel van het maximumtarief per bevalling. Dit zijn 261 werkbare dagen van 8 uur, 15 minuten meerwerk van de verloskundige per echo en 172 echo's per verloskundige (143 eerste echo's en 29 tweede en volgende echo's). De rekenkosten bedragen € 5.606 (definitief niveau 2024). In de berekening van de rekenkosten voor de echo (investeringskosten en de materiaalkosten) is uitgegaan van één echoapparaat per 2,5 verloskundigen. De rekennorm bedraagt 143 abonnementen per jaar.
b. Het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734 De rekennorm bedraagt 1.540 werkbare uren.
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c. Cardiotocogram (ctg) bij minder leven, naderende serotiniteit en het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging. De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt 14,32% van de arbeidskostencomponent zoals bedoeld in artikel 5.1.a. Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 50.571 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498 De rekennorm bedraagt 250 ctg’s per jaar.
– personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498
a. Termijnecho om vast te stellen hoe lang iemand zwanger is/specifieke diagnose echo/echo ter controle van de ligging van een IUD (spiraaltje) Het rekeninkomen bedraagt € 2.987 (definitief niveau 2024). In de berekening van het rekeninkomen voor de echo wordt uitgegaan van het inkomensbestanddeel van het maximumtarief per bevalling. Dit zijn 261 werkbare dagen van 8 uur, 15 minuten meerwerk van de verloskundige per echo en 172 echo's per verloskundige (143 eerste echo's en 29 tweede en volgende echo's). De rekenkosten bedragen € 5.606 (definitief niveau 2024). In de berekening van de rekenkosten voor de echo (investeringskosten en de materiaalkosten) is uitgegaan van één echoapparaat per 2,5 verloskundigen. De rekennorm bedraagt 143 abonnementen per jaar.
b. Het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734 De rekennorm bedraagt 1.540 werkbare uren.
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c. Cardiotocogram (ctg) bij minder leven, naderende serotiniteit en het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging. De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt 14,32% van de arbeidskostencomponent zoals bedoeld in artikel 5.1.a. Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 50.571 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498 De rekennorm bedraagt 250 ctg’s per jaar.
– personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498
3. Indexatie van inkomens- en praktijkkostenbestanddeel ter vaststelling van de tariefopbouw Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.
1. Basis verloskundige zorgprestaties a. Arbeidskostencomponent De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024).
b. Praktijkkostenbestanddeel Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c. Rekennorm De rekennorm bedraagt 106,6 zorgeenheden per jaar.
a. Arbeidskostencomponent De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024).
b. Praktijkkostenbestanddeel Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c. Rekennorm De rekennorm bedraagt 106,6 zorgeenheden per jaar.
2. Overige (aanvullende) verloskundige zorgprestaties a. Termijnecho om vast te stellen hoe lang iemand zwanger is/specifieke diagnose echo/echo ter controle van de ligging van een IUD (spiraaltje) Het rekeninkomen bedraagt € 2.987 (definitief niveau 2024). In de berekening van het rekeninkomen voor de echo wordt uitgegaan van het inkomensbestanddeel van het maximumtarief per bevalling. Dit zijn 261 werkbare dagen van 8 uur, 15 minuten meerwerk van de verloskundige per echo en 172 echo's per verloskundige (143 eerste echo's en 29 tweede en volgende echo's). De rekenkosten bedragen € 5.606 (definitief niveau 2024). In de berekening van de rekenkosten voor de echo (investeringskosten en de materiaalkosten) is uitgegaan van één echoapparaat per 2,5 verloskundigen. De rekennorm bedraagt 143 abonnementen per jaar.
b. Het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734 De rekennorm bedraagt 1.540 werkbare uren.
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c. Cardiotocogram (ctg) bij minder leven, naderende serotiniteit en het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging. De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt 14,32% van de arbeidskostencomponent zoals bedoeld in artikel 5.1.a. Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 50.571 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498 De rekennorm bedraagt 250 ctg’s per jaar.
– personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498
a. Termijnecho om vast te stellen hoe lang iemand zwanger is/specifieke diagnose echo/echo ter controle van de ligging van een IUD (spiraaltje) Het rekeninkomen bedraagt € 2.987 (definitief niveau 2024). In de berekening van het rekeninkomen voor de echo wordt uitgegaan van het inkomensbestanddeel van het maximumtarief per bevalling. Dit zijn 261 werkbare dagen van 8 uur, 15 minuten meerwerk van de verloskundige per echo en 172 echo's per verloskundige (143 eerste echo's en 29 tweede en volgende echo's). De rekenkosten bedragen € 5.606 (definitief niveau 2024). In de berekening van de rekenkosten voor de echo (investeringskosten en de materiaalkosten) is uitgegaan van één echoapparaat per 2,5 verloskundigen. De rekennorm bedraagt 143 abonnementen per jaar.
b. Het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt € 144.668 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 74.294 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734 De rekennorm bedraagt 1.540 werkbare uren.
– personeelskosten € 34.559
– overige kosten € 39.734
c. Cardiotocogram (ctg) bij minder leven, naderende serotiniteit en het van buitenaf draaien van het ongeboren kind van stuitligging naar hoofdligging. De arbeidskostencomponent van het tarief bedraagt 14,32% van de arbeidskostencomponent zoals bedoeld in artikel 5.1.a. Het praktijkkostenbestanddeel van het tarief bedraagt € 50.571 (definitief niveau 2024). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de volgende elementen: – personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498 De rekennorm bedraagt 250 ctg’s per jaar.
– personeelskosten: € 5.073
– overige kosten: € 45.498
3. Indexatie van inkomens- en praktijkkostenbestanddeel ter vaststelling van de tariefopbouw Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050006
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl