Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van artikel IIIaan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 mei 2024 met uitzondering van artikel Idat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, met uitzondering van artikel II, onderdeel B, dat in werking treedt met ingang van 1 juli 2024 en met uitzondering van artikel IVdat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.