1. Voor subsidieverlening komen uitsluitend organisaties in aanmerking waaraan voor een van de soort activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, subsidie is verleend in het kader van het besluit
Optopping Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2020–20231Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 8 juni 2023, nr. Min-BuZa.2023.15459-41, tot vaststelling van een subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Optopping Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2020–2023), Stcrt. 2023 nr. 16707; gewijzigd bij besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 15 november 2023, nr. Min-BuZa.2023.20102-32, tot wijziging van het Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 8 juni 2023, nr. Min-BuZa.2023.15459-41, tot vaststelling van een subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Optopping subsidieplafond, Optopping Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2020–2023), Stcrt. 2023, nr. 32062..
2. Voor subsidieverlening komen uitsluitende aanvragen in aanmerking die zijn gericht op ofwel activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, sub a, ofwel activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, sub b.
3. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor activiteiten die aansluiten op de activiteiten waarvoor subsidie is verleend in het kader van het besluit
Optopping Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2020–2023.
4. Uit oogpunt van doelmatigheid geldt dat niet meer dan één subsidieaanvrager voor subsidieverlening in aanmerking zal kunnen komen ten laste van elk van de artikel 2, tweede lid, bedoelde subsidieplafonds. Van alle aanvragen die zijn gericht op ofwel activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, sub a, ofwel activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, sub b, zal slechts de aanvraag die het beste aan die criteria voldoet voor subsidie in aanmerking kunnen komen.