Artikel 1
Het doen van verzoeken en mededelingen en de indiening en verzending van processtukken door advocaten bij de Hoge Raad en de uitwisseling van overige berichten en stukken tussen de Hoge Raad en advocaten bij de Hoge Raad in procedures als bedoeld in de Tiende titel A van het eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, worden langs elektronische weg gedaan, tenzij de Hoge Raad anders bepaalt.