1. Als categorieën productie-installaties waarvoor op grond van
artikel 2, derde lid, van de regelingeen aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend, worden aangewezen:
a. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp en ten hoogste 100 kWp;
b. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp tot ten hoogste 500 kWp;
c. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MW;
d. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MWp;
e. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MWp;
f. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW;
g. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 1 MW, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s;
2°. ≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;
3°. ≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
4°. ≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
5°. ≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
6°. < 6,75 m/s;
1°. ≥ 8,5 m/s;
2°. ≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;
3°. ≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
4°. ≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
5°. ≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
6°. < 6,75 m/s;
h. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen hebben van ten minste 1 MW en ten hoogste 6 MW, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,5 m/s;
2°. ≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;
3°. ≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
4°. ≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
5°. ≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
6°. < 6,75 m/s;
1°. ≥ 8,5 m/s;
2°. ≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;
3°. ≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
4°. ≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
5°. ≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
6°. < 6,75 m/s;
i. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit potentiële of kinetische energie van stromend water door hydro-mechanisch-elektrische omzetting, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW;
j. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit potentiële of kinetische energie van stromend water door hydro-mechanisch-elektrische omzetting, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 150 kW.
2. Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c, d en e, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen.