Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
bijkantoor: duurzaam in een andere staat dan de staat van de zetel aanwezig onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid van een rechtspersoon of vennootschap die niet valt onder het recht van een lidstaat van de Europese Unie of onder het recht van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en die een rechtsvorm heeft die vergelijkbaar is met een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid;
fiscale jurisdictie: jurisdictie van een staat of van een niet-staat, met fiscale autonomie wat de vennootschapsbelasting betreft;
op zichzelf staande vennootschap: naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die geen deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
uiteindelijke moedermaatschappij: vennootschap die de geconsolideerde jaarrekening opstelt van de grootste groep;
vennootschap: vennootschap, genoemd in de onderdelen 1° en 2° van artikel 2, eerste lid, onderdeel a.
2. Voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, artikel 3en artikel 4, eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan onder inkomsten:
a. de netto-omzet, bedoeld in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor ondernemingen die enkel de bepalingen van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek toepassen, of
b. de inkomsten zoals gedefinieerd door of in de zin van het stelsel voor financiële verslaglegging op basis waarvan de jaarrekeningen worden opgesteld, voor andere vennootschappen.
bijkantoor: duurzaam in een andere staat dan de staat van de zetel aanwezig onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid van een rechtspersoon of vennootschap die niet valt onder het recht van een lidstaat van de Europese Unie of onder het recht van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en die een rechtsvorm heeft die vergelijkbaar is met een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid;
fiscale jurisdictie: jurisdictie van een staat of van een niet-staat, met fiscale autonomie wat de vennootschapsbelasting betreft;
op zichzelf staande vennootschap: naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die geen deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
uiteindelijke moedermaatschappij: vennootschap die de geconsolideerde jaarrekening opstelt van de grootste groep;
vennootschap: vennootschap, genoemd in de onderdelen 1° en 2° van artikel 2, eerste lid, onderdeel a.
2. Voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, artikel 3en artikel 4, eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan onder inkomsten:
a. de netto-omzet, bedoeld in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor ondernemingen die enkel de bepalingen van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek toepassen, of
b. de inkomsten zoals gedefinieerd door of in de zin van het stelsel voor financiële verslaglegging op basis waarvan de jaarrekeningen worden opgesteld, voor andere vennootschappen.