Artikel 1
1. Aan de plaatsvervangend hoofddirecteur HDCV wordt de bevoegdheid verleend om bij afwezigheid of verhindering van de hoofddirecteur HDCV als waarnemend hoofddirecteur HDCV besluiten te nemen.
2. De plaatsvervangend hoofddirecteur HDCV maakt van het aan hem verleende mandaat uitsluitend gebruik bij afwezigheid of verhindering hoofddirecteur HDCV.
3. In afwijking van het tweede lid is de plaatsvervangend hoofddirecteur HDCV bevoegd besluiten te nemen in het kader van de realisatie van het strategische projectportfolio HDCV en het vertegenwoordigen van de hoofddirectie richting nationale en (inter)departementale toezichthouders en ketenpartners.
2. De plaatsvervangend hoofddirecteur HDCV maakt van het aan hem verleende mandaat uitsluitend gebruik bij afwezigheid of verhindering hoofddirecteur HDCV.
3. In afwijking van het tweede lid is de plaatsvervangend hoofddirecteur HDCV bevoegd besluiten te nemen in het kader van de realisatie van het strategische projectportfolio HDCV en het vertegenwoordigen van de hoofddirectie richting nationale en (inter)departementale toezichthouders en ketenpartners.