1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat:
a. artikel I, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 januari 2023;
b. artikel I, onderdeel B, en artikel IV, onderdelen, E en I, terugwerken tot en met 1 juli 2023;
c. artikel II, onderdelen G en H, en artikel VII, onderdeel B, met betrekking tot periodieke giften voor het eerst toepassing vinden op periodieke giften waartoe de verplichting op of na 1 januari 2024 wordt aangegaan;
d. de artikelen VII, onderdeel C, en artikel VIII, onderdeel A, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2024;
e. artikel XVIII, onderdeel C terugwerkt tot en met 1 januari 2022;
f. artikel XVIII, onderdeel D, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot beschikkingen die op 1 januari 2024 nog niet onherroepelijk vaststaan;
g. artikel XXVIII toepassing vindt voordat artikel II, onderdeel F, van de Wet toekomst pensioenen wordt toegepast.
2. In afwijking van het eerste lid:
a. treedt artikel VI, onderdeel C, in werking met ingang van de dag dat het Besluit van 26 maart 2021, houdende wijziging van het Besluit SUWI en het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met de definiëring van de inkomstenverhouding voor de gegevensset van de polisadministratie (Stb. 2021, 198) wordt ingetrokken;
b. treden artikel IX, onderdeel B, en artikel XX in werking met ingang van 1 juli 2024;
c. treden artikel XXI, onderdelen F, G, K en L en artikel XXIV, onderdelen D en E, in werking met ingang van 1 januari 2025.