BWBR0049111
Geldig vanaf 2023-12-31
Artikel 8.3
Wet minimumbelasting 2024
1. Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid over een verslagjaar van alle in een staat gevestigde groepsentiteiten van een multinationale groep of binnenlandse groep bedraagt de som van de uitzondering voor werknemerslasten van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het verslagjaar en de uitzondering voor materiële activa van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het verslagjaar. De multinationale groep of binnenlandse groep is niet gehouden de som voor het volle bedrag in aanmerking te nemen.
2. De uitzondering voor werknemerslasten van een in een staat gevestigde groepsentiteit in een verslagjaar bedraagt 9,6% van de in het verslagjaar in aanmerking komende loonkosten ter zake van de in het verslagjaar in aanmerking komende werknemers die in die staat activiteiten verrichten voor de multinationale groep of binnenlandse groep, met uitzondering van de in aanmerking komende loonkosten die:
a. gekapitaliseerd en opgenomen zijn in de boekwaarde van de in aanmerking komende materiële activa;
b. toerekenbaar zijn aan inkomen dat overeenkomstig artikel 6.12 is uitgesloten.
3. De uitzondering voor materiële activa van een in een staat gevestigde groepsentiteit in een verslagjaar bedraagt 7,6% van de boekwaarde van de in het verslagjaar in aanmerking komende materiële activa die in de staat zijn gelegen, met uitzondering van:
a. de boekwaarde van onroerende zaken, inclusief grond en gebouwen, die worden gehouden voor de verkoop, om te leasen of als belegging;
b. de boekwaarde van materiële activa die worden gebruikt om inkomen te genereren dat op de voet van artikel 6.12 is uitgesloten.
4. De boekwaarde van de in een verslagjaar in aanmerking komende materiële activa is het gemiddelde van de boekwaarde – verminderd met de geaccumuleerde afwaardering, afschrijvingen en waardeverminderingen en vermeerderd met het bedrag dat toerekenbaar is aan de gekapitaliseerde werknemerslasten – van de in aanmerking komende materiële activa aan het begin en het einde van het verslagjaar, zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.
5. Niettegenstaande het derde lid, onderdeel a, wordt bij een operationele lease onder de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit die lessor is van de materiële activa die in dezelfde staat zijn gelegen als waarin de lessor is gevestigd, verstaan: het positieve bedrag waarmee de gemiddelde boekwaarde van de materiële activa bij de lessor dat aan het begin en het einde van het boekjaar is vastgesteld het gemiddelde bedrag van de gebruiksrechten van de lessee aan het begin en het einde van het boekjaar overschrijdt.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bepalen van de waarde van gebruiksrechten van de lessee, bedoeld in het vijfde lid.
7. Voor de toepassing van het tweede en derde lid zijn de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit die een vaste inrichting is, de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa die op de voet van artikel 6.13, eerste, tweede en derde lid, zijn opgenomen in de afzonderlijke financiële verslaggeving van die vaste inrichting, voor zover deze kosten en activa worden gealloceerd aan de staat waarin de vaste inrichting is gelegen. De in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van een vaste inrichting worden niet in aanmerking genomen door de hoofdentiteit van de vaste inrichting.
8. Indien het inkomen van een vaste inrichting op de voet van artikel 6.14, eerste lid, of artikel 10.1, vierde lid, is verminderd, worden de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van die vaste inrichting in dezelfde mate uitgesloten voor de berekening van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid voor de multinationale groep of binnenlandse groep op de voet van dit artikel.
9. In aanmerking komende loonkosten ter zake van in aanmerking komende werknemers en in aanmerking komende materiële activa die zijn betaald door, onderscheidenlijk die eigendom zijn van, een doorkijkentiteit worden, mits ze niet zijn toegerekend op grond van het vijfde en zesde lid, toegerekend aan:
a. de groepsentiteit-belanghouder van de doorkijkentiteit, naar evenredigheid van het bedrag dat op de voet van artikel 6.14, derde lid, aan hem wordt toegerekend, indien de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa zich bevinden in dezelfde staat als de groepsentiteit-belanghouder; en
b. de doorkijkentiteit, indien zij de uiteindelijkemoederentiteit is, verminderd naar evenredigheid van het inkomen dat niet is meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen van de doorkijkentiteit op de voet van artikel 10.1, eerste lid, indien de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa zich bevinden in dezelfde staat als de doorkijkentiteit.
10. De na de toepassing van het negende lid, onderdelen a en b, resterende in aanmerking komende loonkosten en de resterende in aanmerking komende materiële activa van de doorkijkentiteit worden niet meegenomen in de berekening van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van een multinationale groep of binnenlandse groep.
11. In aanmerking komende werknemers en in aanmerking komende materiële activa die zijn betaald door, onderscheidenlijk die eigendom zijn van of het recht tot gebruik hebben liggen bij, een uiteindelijkemoederentiteit die onderworpen is aan een aftrekbaardividendstelsel op de voet van artikel 10.2worden naar evenredigheid van het inkomen dat niet is meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen van de uiteindelijkemoederentiteit, niet in aanmerking genomen bij het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van de uiteindelijkemoederentiteit.
12. Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van een staatloze groepsentiteit wordt over een verslagjaar afzonderlijk van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van alle andere groepsentiteiten berekend. Deze berekening geschiedt overeenkomstig dit artikel.
13. Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid berekend op de voet van dit artikel bevat niet de uitzondering voor werknemerslasten en de uitzondering voor materiële activa van in een staat gevestigde beleggingsentiteiten.
14. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. in aanmerking komende loonkosten: uitgaven voor werknemersbeloningen, waaronder salarissen, lonen, loonbelastingen en belastingen op arbeid en andere uitgaven die een werknemer een rechtstreeks en persoonlijk voordeel opleveren, zoals ziektekosten- en pensioenbijdragen en werkgeverbijdragen voor de sociale zekerheid;
b. in aanmerking komende werknemers: voltijd- en deeltijdwerknemers van een groepsentiteit en zelfstandige contractanten die onder toezicht en controle van de multinationale groep of binnenlandse groep deelnemen aan de normale bedrijfsactiviteiten van de multinationale groep of binnenlandse groep;
c. in aanmerking komende materiële activa: 1°. in een staat gelegen materiële vaste activa;
2°. in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen;
3°. het gebruiksrecht van een lessee op in een staat gelegen materiële vaste activa;
4°. een licentie of een daarmee vergelijkbare regeling van een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid, voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak of voor de exploitatie van in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen die een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt.
1°. in een staat gelegen materiële vaste activa;
2°. in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen;
3°. het gebruiksrecht van een lessee op in een staat gelegen materiële vaste activa;
4°. een licentie of een daarmee vergelijkbare regeling van een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid, voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak of voor de exploitatie van in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen die een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt.
15. Voor toepassing van het tweede en veertiende lid en na toepassing van het zevende lid wordt onder in aanmerking komende loonkosten van een groepsentiteit mede begrepen: de volledige loonkosten van een werknemer indien die werknemer gedurende het verslagjaar meer dan 50% van de activiteiten voor de multinationale groep of binnenlandse groep heeft verricht in de staat waarin de groepsentiteit die de werkgever is, is gevestigd. Wanneer de werknemer gedurende het verslagjaar 50% of minder van zijn activiteiten heeft verricht in de staat waar de groepsentiteit die de werkgever is, is gevestigd, kan aan die groepsentiteit ten hoogste het deel van de loonkosten worden toegerekend dat betrekking heeft op de activiteiten die de werknemer in de staat van die groepsentiteit heeft verricht.
16. Voor toepassing van het derde en veertiende lid en na toepassing van het zevende lid wordt onder de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit mede begrepen: de volledige boekwaarde van het materiële activum indien het materiële activum gedurende het verslagjaar zich meer dan 50% van de tijd bevindt in de staat waar de groepsentiteit die eigenaar is of het recht tot gebruik heeft, is gevestigd. Wanneer het materiële activum gedurende het verslagjaar zich 50% of minder van de tijd bevindt in de staat waar de groepsentiteit die eigenaar is of het recht tot gebruik heeft, is gevestigd, kan aan die groepsentiteit ten hoogste het deel van de boekwaarde worden toegerekend dat betrekking heeft op de tijd dat het materiële activum zich in de staat van die groepsentiteit bevindt.
2. De uitzondering voor werknemerslasten van een in een staat gevestigde groepsentiteit in een verslagjaar bedraagt 9,6% van de in het verslagjaar in aanmerking komende loonkosten ter zake van de in het verslagjaar in aanmerking komende werknemers die in die staat activiteiten verrichten voor de multinationale groep of binnenlandse groep, met uitzondering van de in aanmerking komende loonkosten die:
a. gekapitaliseerd en opgenomen zijn in de boekwaarde van de in aanmerking komende materiële activa;
b. toerekenbaar zijn aan inkomen dat overeenkomstig artikel 6.12 is uitgesloten.
3. De uitzondering voor materiële activa van een in een staat gevestigde groepsentiteit in een verslagjaar bedraagt 7,6% van de boekwaarde van de in het verslagjaar in aanmerking komende materiële activa die in de staat zijn gelegen, met uitzondering van:
a. de boekwaarde van onroerende zaken, inclusief grond en gebouwen, die worden gehouden voor de verkoop, om te leasen of als belegging;
b. de boekwaarde van materiële activa die worden gebruikt om inkomen te genereren dat op de voet van artikel 6.12 is uitgesloten.
4. De boekwaarde van de in een verslagjaar in aanmerking komende materiële activa is het gemiddelde van de boekwaarde – verminderd met de geaccumuleerde afwaardering, afschrijvingen en waardeverminderingen en vermeerderd met het bedrag dat toerekenbaar is aan de gekapitaliseerde werknemerslasten – van de in aanmerking komende materiële activa aan het begin en het einde van het verslagjaar, zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.
5. Niettegenstaande het derde lid, onderdeel a, wordt bij een operationele lease onder de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit die lessor is van de materiële activa die in dezelfde staat zijn gelegen als waarin de lessor is gevestigd, verstaan: het positieve bedrag waarmee de gemiddelde boekwaarde van de materiële activa bij de lessor dat aan het begin en het einde van het boekjaar is vastgesteld het gemiddelde bedrag van de gebruiksrechten van de lessee aan het begin en het einde van het boekjaar overschrijdt.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bepalen van de waarde van gebruiksrechten van de lessee, bedoeld in het vijfde lid.
7. Voor de toepassing van het tweede en derde lid zijn de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit die een vaste inrichting is, de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa die op de voet van artikel 6.13, eerste, tweede en derde lid, zijn opgenomen in de afzonderlijke financiële verslaggeving van die vaste inrichting, voor zover deze kosten en activa worden gealloceerd aan de staat waarin de vaste inrichting is gelegen. De in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van een vaste inrichting worden niet in aanmerking genomen door de hoofdentiteit van de vaste inrichting.
8. Indien het inkomen van een vaste inrichting op de voet van artikel 6.14, eerste lid, of artikel 10.1, vierde lid, is verminderd, worden de in aanmerking komende loonkosten en de in aanmerking komende materiële activa van die vaste inrichting in dezelfde mate uitgesloten voor de berekening van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid voor de multinationale groep of binnenlandse groep op de voet van dit artikel.
9. In aanmerking komende loonkosten ter zake van in aanmerking komende werknemers en in aanmerking komende materiële activa die zijn betaald door, onderscheidenlijk die eigendom zijn van, een doorkijkentiteit worden, mits ze niet zijn toegerekend op grond van het vijfde en zesde lid, toegerekend aan:
a. de groepsentiteit-belanghouder van de doorkijkentiteit, naar evenredigheid van het bedrag dat op de voet van artikel 6.14, derde lid, aan hem wordt toegerekend, indien de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa zich bevinden in dezelfde staat als de groepsentiteit-belanghouder; en
b. de doorkijkentiteit, indien zij de uiteindelijkemoederentiteit is, verminderd naar evenredigheid van het inkomen dat niet is meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen van de doorkijkentiteit op de voet van artikel 10.1, eerste lid, indien de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa zich bevinden in dezelfde staat als de doorkijkentiteit.
10. De na de toepassing van het negende lid, onderdelen a en b, resterende in aanmerking komende loonkosten en de resterende in aanmerking komende materiële activa van de doorkijkentiteit worden niet meegenomen in de berekening van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van een multinationale groep of binnenlandse groep.
11. In aanmerking komende werknemers en in aanmerking komende materiële activa die zijn betaald door, onderscheidenlijk die eigendom zijn van of het recht tot gebruik hebben liggen bij, een uiteindelijkemoederentiteit die onderworpen is aan een aftrekbaardividendstelsel op de voet van artikel 10.2worden naar evenredigheid van het inkomen dat niet is meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen van de uiteindelijkemoederentiteit, niet in aanmerking genomen bij het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van de uiteindelijkemoederentiteit.
12. Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van een staatloze groepsentiteit wordt over een verslagjaar afzonderlijk van het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van alle andere groepsentiteiten berekend. Deze berekening geschiedt overeenkomstig dit artikel.
13. Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid berekend op de voet van dit artikel bevat niet de uitzondering voor werknemerslasten en de uitzondering voor materiële activa van in een staat gevestigde beleggingsentiteiten.
14. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. in aanmerking komende loonkosten: uitgaven voor werknemersbeloningen, waaronder salarissen, lonen, loonbelastingen en belastingen op arbeid en andere uitgaven die een werknemer een rechtstreeks en persoonlijk voordeel opleveren, zoals ziektekosten- en pensioenbijdragen en werkgeverbijdragen voor de sociale zekerheid;
b. in aanmerking komende werknemers: voltijd- en deeltijdwerknemers van een groepsentiteit en zelfstandige contractanten die onder toezicht en controle van de multinationale groep of binnenlandse groep deelnemen aan de normale bedrijfsactiviteiten van de multinationale groep of binnenlandse groep;
c. in aanmerking komende materiële activa: 1°. in een staat gelegen materiële vaste activa;
2°. in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen;
3°. het gebruiksrecht van een lessee op in een staat gelegen materiële vaste activa;
4°. een licentie of een daarmee vergelijkbare regeling van een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid, voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak of voor de exploitatie van in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen die een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt.
1°. in een staat gelegen materiële vaste activa;
2°. in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen;
3°. het gebruiksrecht van een lessee op in een staat gelegen materiële vaste activa;
4°. een licentie of een daarmee vergelijkbare regeling van een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid, voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak of voor de exploitatie van in een staat gelegen natuurlijke rijkdommen die een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt.
15. Voor toepassing van het tweede en veertiende lid en na toepassing van het zevende lid wordt onder in aanmerking komende loonkosten van een groepsentiteit mede begrepen: de volledige loonkosten van een werknemer indien die werknemer gedurende het verslagjaar meer dan 50% van de activiteiten voor de multinationale groep of binnenlandse groep heeft verricht in de staat waarin de groepsentiteit die de werkgever is, is gevestigd. Wanneer de werknemer gedurende het verslagjaar 50% of minder van zijn activiteiten heeft verricht in de staat waar de groepsentiteit die de werkgever is, is gevestigd, kan aan die groepsentiteit ten hoogste het deel van de loonkosten worden toegerekend dat betrekking heeft op de activiteiten die de werknemer in de staat van die groepsentiteit heeft verricht.
16. Voor toepassing van het derde en veertiende lid en na toepassing van het zevende lid wordt onder de in aanmerking komende materiële activa van een groepsentiteit mede begrepen: de volledige boekwaarde van het materiële activum indien het materiële activum gedurende het verslagjaar zich meer dan 50% van de tijd bevindt in de staat waar de groepsentiteit die eigenaar is of het recht tot gebruik heeft, is gevestigd. Wanneer het materiële activum gedurende het verslagjaar zich 50% of minder van de tijd bevindt in de staat waar de groepsentiteit die eigenaar is of het recht tot gebruik heeft, is gevestigd, kan aan die groepsentiteit ten hoogste het deel van de boekwaarde worden toegerekend dat betrekking heeft op de tijd dat het materiële activum zich in de staat van die groepsentiteit bevindt.