BWBR0049111
Geldig vanaf 2023-12-31
Artikel 3.2
Wet minimumbelasting 2024
1. De over een verslagjaar verschuldigde binnenlandse bijheffing is gelijk aan de over het verslagjaar berekende bijheffing van de groep voor Nederland, met dien verstande dat bij die berekening niet in aanmerking wordt genomen:
a. het bedrag van de kwalificerende binnenlandse bijheffing over het verslagjaar, bedoeld in artikel 8.2, tweede lid; en
b. het bedrag dat op grond van artikel 8.4, zevende lid, wordt aangemerkt als additionele bijheffing.
2. Voor de toepassing van het eerste lid vinden de artikelen 8.2, vijfde en zesde lid, en 8.4, vierde tot en met zesde lid, geen toepassing.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de overwinst, bedoeld in artikel 8.2, vierde lid, berekend in overeenstemming met de lokale financiële verslaggevingsstandaard, bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, onderdeel c, mits wordt voldaan aan de vereisten van artikel 8.13, derde lid, en onder toepassing van artikel 8.13, vierde en vijfde lid. Ingeval de financiële verslaggeving van alle in Nederland gevestigde groepsentiteiten is opgesteld op basis van verschillende lokale financiële verslaggevingsstandaarden, wordt de overwinst berekend op basis van de financiële verslaggeving die niet is opgesteld volgens IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de EU overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243).
4. Indien de overwinst ingevolge het derde lid wordt berekend in overeenstemming met de lokale verslaggevingsstandaard, wordt de over een verslagjaar verschuldigde binnenlandse bijheffing berekend in euro’s. Indien een of meer in Nederland gevestigde groepsentiteiten een andere munteenheid hanteren bij het opstellen van de jaarrekening, wordt in afwijking van de vorige zin naar keuze van de informatieaangifte-indienende groepsentiteit voor een periode van vijf verslagjaren de verschuldigde binnenlandse bijheffing berekend in euro’s dan wel in de munteenheid die wordt gehanteerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de groep.
a. het bedrag van de kwalificerende binnenlandse bijheffing over het verslagjaar, bedoeld in artikel 8.2, tweede lid; en
b. het bedrag dat op grond van artikel 8.4, zevende lid, wordt aangemerkt als additionele bijheffing.
2. Voor de toepassing van het eerste lid vinden de artikelen 8.2, vijfde en zesde lid, en 8.4, vierde tot en met zesde lid, geen toepassing.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de overwinst, bedoeld in artikel 8.2, vierde lid, berekend in overeenstemming met de lokale financiële verslaggevingsstandaard, bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, onderdeel c, mits wordt voldaan aan de vereisten van artikel 8.13, derde lid, en onder toepassing van artikel 8.13, vierde en vijfde lid. Ingeval de financiële verslaggeving van alle in Nederland gevestigde groepsentiteiten is opgesteld op basis van verschillende lokale financiële verslaggevingsstandaarden, wordt de overwinst berekend op basis van de financiële verslaggeving die niet is opgesteld volgens IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de EU overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243).
4. Indien de overwinst ingevolge het derde lid wordt berekend in overeenstemming met de lokale verslaggevingsstandaard, wordt de over een verslagjaar verschuldigde binnenlandse bijheffing berekend in euro’s. Indien een of meer in Nederland gevestigde groepsentiteiten een andere munteenheid hanteren bij het opstellen van de jaarrekening, wordt in afwijking van de vorige zin naar keuze van de informatieaangifte-indienende groepsentiteit voor een periode van vijf verslagjaren de verschuldigde binnenlandse bijheffing berekend in euro’s dan wel in de munteenheid die wordt gehanteerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de groep.