BWBR0049111
Geldig vanaf 2023-12-31
Artikel 14.1a
Wet minimumbelasting 2024
Niettegenstaande artikel 14.1, wordt voor de berekening van de binnenlandse bijheffing, bedoeld in artikel 3.2, vanaf het eerste verslagjaar waarin een multinationale groep met betrekking tot de in Nederland gevestigde groepsentiteiten regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2523, niet zijnde deze wet, of van de OESO-modelregels dient toe te passen (het nieuwe overgangsjaar):
a. het bedrag aan voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave bij aanvang van het nieuwe overgangsjaar voor de toepassing van de artikelen 7.2, vijfde en zesde lid, en 8.2a verminderd tot nihil;
b. het bedrag aan passieve belastinglatenties die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan het nieuwe overgangsjaar niet teruggenomen in de zin van artikel 7.3, zevende lid;
c. voor de toepassing van artikel 7.4 een fictieve actieve belastinglatentie die is opgekomen voorafgaand aan het nieuwe overgangsjaar niet in aanmerking genomen;
d. artikel 14.1, eerste lid, bij aanvang van het nieuwe overgangsjaar opnieuw toegepast en worden de eerder in aanmerking genomen actieve en passieve latenties buiten beschouwing gelaten; en
e. artikel 14.1, tweede lid, toegepast op transacties die na 30 november 2021 en voor de aanvang van het nieuwe overgangsjaar hebben plaatsgevonden, met dien verstande dat de binnenlandse bijheffing die is verschuldigd door de toepassing van artikel 7.2, vijfde en zesde lid, met betrekking tot een actieve belastinglatentie die toerekenbaar is aan een verlies, die actieve belastinglatentie wordt aangemerkt als een bestanddeel dat op de voet van hoofdstuk 6 in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies.
a. het bedrag aan voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave bij aanvang van het nieuwe overgangsjaar voor de toepassing van de artikelen 7.2, vijfde en zesde lid, en 8.2a verminderd tot nihil;
b. het bedrag aan passieve belastinglatenties die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan het nieuwe overgangsjaar niet teruggenomen in de zin van artikel 7.3, zevende lid;
c. voor de toepassing van artikel 7.4 een fictieve actieve belastinglatentie die is opgekomen voorafgaand aan het nieuwe overgangsjaar niet in aanmerking genomen;
d. artikel 14.1, eerste lid, bij aanvang van het nieuwe overgangsjaar opnieuw toegepast en worden de eerder in aanmerking genomen actieve en passieve latenties buiten beschouwing gelaten; en
e. artikel 14.1, tweede lid, toegepast op transacties die na 30 november 2021 en voor de aanvang van het nieuwe overgangsjaar hebben plaatsgevonden, met dien verstande dat de binnenlandse bijheffing die is verschuldigd door de toepassing van artikel 7.2, vijfde en zesde lid, met betrekking tot een actieve belastinglatentie die toerekenbaar is aan een verlies, die actieve belastinglatentie wordt aangemerkt als een bestanddeel dat op de voet van hoofdstuk 6 in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies.