BWBR0049111
Geldig vanaf 2023-12-31
Artikel 13.3
Wet minimumbelasting 2024
1. Indien het aan opzet of grove schuld is te wijten dat de verplichting, bedoeld in artikel 13.1, tweede lid, niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist is of wordt nagekomen door de groepsentiteit of de aangewezen lokale entiteit, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur de groepsentiteit, onderscheidenlijk de aangewezen lokale entiteit, een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>, kan opleggen.
2. Indien het aan opzet of grove schuld is te wijten dat de verplichting, bedoeld in artikel 13.1, vierde lid, niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist is of wordt nagekomen door de groepsentiteit of de aangewezen lokale entiteit, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur de groepsentiteit, onderscheidenlijk de aangewezen lokale entiteit, een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>, kan opleggen.
2. Indien het aan opzet of grove schuld is te wijten dat de verplichting, bedoeld in artikel 13.1, vierde lid, niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist is of wordt nagekomen door de groepsentiteit of de aangewezen lokale entiteit, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur de groepsentiteit, onderscheidenlijk de aangewezen lokale entiteit, een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>, kan opleggen.