1. Een melding als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, van de wetwordt elektronisch gedaan met gebruikmaking van een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel, tenzij technische belemmeringen aan de zijde van Onze Minister dit tijdelijk onmogelijk maken.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gegevens die worden verstrekt bij de melding, bedoeld in het eerste lid.