Artikel 1
Indien een persoon de hem toegekende, door de Nederlandse Staat ingestelde of erkende, onderscheidingen draagt, dan worden deze links op de borst ter hoogte van de oksel gedragen in de in artikel 2aangegeven volgorde, waarbij de hoogste onderscheiding, zijnde de onderscheiding met het laagste rangnummer, het verst van de linkerschouder wordt gedragen.