1. Ter uitvoering van de R&D-regeling wordt aan de algemeen directeur mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het:
a. vaststellen van een aanvraagformulier, inclusief begrotingsformat;
b. verlenging van de openstellingstermijn zoals bedoeld in artikel 8 van de regeling;
c. in behandeling nemen van aanvragen;
d. beslissen op een aanvraag tot verlenen van een subsidie;
e. beslissen op een aanvraag tot het vaststellen van een subsidie;
f. beslissen op een aanvraag tot wijziging van een subsidie;
g. betalen van een subsidievoorschot en een vastgesteld subsidiebedrag; en
h. terugvorderen van een bestuursrechtelijke geldschuld bij de subsidieontvanger vanwege onder andere een wijziging van de verlening van de subsidie, intrekking van de subsidie of lagere vaststelling van de subsidie.
2. De algemeen directeur neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid, onder b, niet dan nadat de Minister heeft ingestemd met de staatssteunbeoordeling van de subsidieaanvraag of elke andere staatssteunbeoordeling.
3. De algemeen directeur gaat niet over tot een terugvordering als bedoeld in het eerste lid, onder f, dan nadat de Minister hiermee heeft ingestemd.
4. De algemeen directeur laat zich adviseren over de uitoefening van het mandaat, de volmacht en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, door een begeleidingsgroep, bestaande uit in ieder geval een vertegenwoordiger van de Minister. De algemeen directeur benoemt de overige leden van de begeleidingsgroep, na goedkeuring van de Minister.
5. De algemeen directeur is niet bevoegd om zelfstandig verzoeken in het kader van de
Wet open overheid, de
Wet Nationale ombudsman, voor zover die verband houden met de uitvoering van de R&D-regeling, namens de Minister af te handelen. Dergelijke zaken worden de algemeen directeur inhoudelijk voorbereid en door de Minister afgedaan.