Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
College: het College voor toetsen en examens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;
centraal examen: het centraal examen, bedoeld in artikel 2.56 van de WVO 2020;
centraal examen van het staatsexamen: het centraal examen van het staatsexamen of deelstaatsexamen, bedoeld in artikel 2.72 van de WVO 2020;
examenreglement: het examenreglement, bedoeld in artikel 2.60 van de WVO 2020 of artikel 2.81 eerste lid van de WVO 2020;
inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht;
onregelmatigheid: het niet op regelmatige wijze plaatsvinden van het centraal examen, in de gevallen, bedoeld in artikel 2 of artikel 7.
College: het College voor toetsen en examens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;
centraal examen: het centraal examen, bedoeld in artikel 2.56 van de WVO 2020;
centraal examen van het staatsexamen: het centraal examen van het staatsexamen of deelstaatsexamen, bedoeld in artikel 2.72 van de WVO 2020;
examenreglement: het examenreglement, bedoeld in artikel 2.60 van de WVO 2020 of artikel 2.81 eerste lid van de WVO 2020;
inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht;
onregelmatigheid: het niet op regelmatige wijze plaatsvinden van het centraal examen, in de gevallen, bedoeld in artikel 2 of artikel 7.