Bij een openbaarmaking als bedoeld in
artikel 20, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
a. het feit waarvoor: 1° de bestuurlijke boete is opgelegd; of,
2° het besluit, bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, van de wet, is genomen;
1° de bestuurlijke boete is opgelegd; of,
2° het besluit, bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, van de wet, is genomen;
b. de naam en woonplaats van de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd of het besluit, bedoeld in onderdeel a, gericht is, met dien verstande dat indien het een natuurlijke persoon betreft de naam van die persoon niet openbaar gemaakt wordt indien burgemeester en wethouders toepassing hebben gegeven aan artikel 20, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
c. of tegen het besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete of het besluit, bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, van de wet, een rechtsmiddel is ingesteld dan wel of daartoe de mogelijkheid bestaat;
d. of degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd of het besluit, bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, van de wet, gericht is, schriftelijk bedenkingen heeft geuit tegen het openbaar maken, alsmede een korte samenvatting van die bedenkingen.