1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Voor de eerste toepassing na inwerkingtreding van deze wet wordt in afwijking van de artikelen I, onderdeel B, artikel 8, eerste lid, onderdelen a en b, en XXXII, artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, bij ministeriële regeling het toepasselijke bedrag gegeven.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.