Artikel 1
1. Aan de directeur-generaal Ketenregie wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de uitvoering van de artikelen 2.15, 3.13, 4.1 tot en met 4.4en 9.1, tweede lid, onder a, voor zover dit betrekking heeft op voornoemde bepalingen, van de Wet hersteloperatie toeslagen.
2. De gemandateerde kan de aan hem gemandateerde bevoegdheden ondermandateren.
3. Bij afwezigheid van de directeur-generaal Ketenregie wordt hij vervangen door de directeur-generaal Herstelbeleid.
2. De gemandateerde kan de aan hem gemandateerde bevoegdheden ondermandateren.
3. Bij afwezigheid van de directeur-generaal Ketenregie wordt hij vervangen door de directeur-generaal Herstelbeleid.