Artikel 1
1. Aan de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt volmacht en machtiging verleend voor:
a. het aankopen van onroerende zaken ten behoeve van de nationale grondbank, en
b. het uitvoeren van het materieel beheer van de hiervoor bedoelde onroerende zaken.
2. Op de volmacht en machtiging als hier bedoeld is het mandaatbesluit van BZKvan overeenkomstige toepassing.
3. De directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf is bevoegd tot het verlenen van ondervolmacht en ondermachtiging aan onder hem ressorterende functionarissen. Hierop is het mandaatbesluit van het Rijksvastgoedbedrijfvan overeenkomstige toepassing.
a. het aankopen van onroerende zaken ten behoeve van de nationale grondbank, en
b. het uitvoeren van het materieel beheer van de hiervoor bedoelde onroerende zaken.
2. Op de volmacht en machtiging als hier bedoeld is het mandaatbesluit van BZKvan overeenkomstige toepassing.
3. De directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf is bevoegd tot het verlenen van ondervolmacht en ondermachtiging aan onder hem ressorterende functionarissen. Hierop is het mandaatbesluit van het Rijksvastgoedbedrijfvan overeenkomstige toepassing.