BWBR0047436
Geldig vanaf 2023-07-15
Artikel 5.2
Wet hersteloperatie toeslagen
1. Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister commissies in met het oog op de uitvoering van de artikelen 2.1 tot en met 2.6, 2.9, eerste lid, 2.9aen 2.9b.
2. De commissies hebben tot taak het dossier van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag of de partner of het kind van een overleden aanvrager dat door de Dienst Toeslagen aan hen is voorgelegd te voorzien van een advies over de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6en 2.9, eerste lid, onderscheidenlijk de artikelen 2.9aen 2.9b. De Dienst Toeslagen verstrekt daartoe aan de betrokken commissie een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder mede wordt begrepen de informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest op de beoordeling of behandeling ervan.
3. De Dienst Toeslagen zendt de beschikking omtrent de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6en 2.9, eerste lid, onderscheidenlijk de artikelen 2.9aen 2.9b, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager, tezamen met het advies van de betrokken commissie en de gegevens die direct ten grondslag liggen aan de beschikking. Indien de beschikking in het nadeel van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager, afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beschikking de reden voor die afwijking vermeld.
4. De Dienst Toeslagen verstrekt desgevraagd tevens het onderzoekdossier, inclusief die informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest bij de beoordeling ervan, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de commissies.
2. De commissies hebben tot taak het dossier van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag of de partner of het kind van een overleden aanvrager dat door de Dienst Toeslagen aan hen is voorgelegd te voorzien van een advies over de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6en 2.9, eerste lid, onderscheidenlijk de artikelen 2.9aen 2.9b. De Dienst Toeslagen verstrekt daartoe aan de betrokken commissie een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder mede wordt begrepen de informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest op de beoordeling of behandeling ervan.
3. De Dienst Toeslagen zendt de beschikking omtrent de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6en 2.9, eerste lid, onderscheidenlijk de artikelen 2.9aen 2.9b, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager, tezamen met het advies van de betrokken commissie en de gegevens die direct ten grondslag liggen aan de beschikking. Indien de beschikking in het nadeel van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager, afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beschikking de reden voor die afwijking vermeld.
4. De Dienst Toeslagen verstrekt desgevraagd tevens het onderzoekdossier, inclusief die informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest bij de beoordeling ervan, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de commissies.