Van het bedrag in artikel 1genoemd van € 16,195 miljoen is € 7,994 miljoen bestemd voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, € 4,522 miljoen bestemd voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van Wlz-uitvoerders en € 3,679 miljoen voor de Sociale verzekeringsbank.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2022.