BWBR0046981
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.8d
Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022
d. Vaste herhaalvergoeding ... 1 Het Instituut kan een vaste herhaalvergoeding toekennen, indien: a. de aanvraag betrekking heeft op: i. een volledig object, zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres als bedoeld in de BAG ; en ii. indien van toepassing, de aangrenzende onroerende zaken met een eigen kadastrale aanduiding die aanhorig zijn aan het object; b. de aanvrager: i. een natuurlijk persoon is die de eigendom heeft van het object en, indien van toepassing, de aanhorige onroerende zaak, tenzij die eigendom is belast met een beklemrecht, een recht van opstal of een recht van erfpacht; of ii. een natuurlijk persoon is die het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht op het object en, indien van toepassing, op de aanhorige onroerende zaken, heeft; c. de aanvraag is ingediend namens alle natuurlijke personen die recht hebben op de vergoeding, als dat meerdere personen zijn; d. fysieke schade aan het object eerder is behandeld door de NAM, het CVW, de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut, ongeacht de wijze waarop de schade is afgehandeld; e. door de aanvrager nieuwe schade als bedoeld in artikel 2.11 wordt gemeld; f. de finaliteit, bedoeld in de artikelen 2.10 of 2.15 is doorbroken of, indien geen finaliteit is overeengekomen, zich na de laatste opname bij een keuze voor de individuele maatwerkprocedure dan wel na een eigendomsoverdracht in andere gevallen, een aardbeving heeft voorgedaan in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk die op het adres van het object heeft geleid tot een trillingssnelheid van 2 mm/s, te berekenen met de methode van Bommer met 1% overschrijdingskans; en g. de aanvrager nog niet voor drie andere objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers voor drie andere objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt. 2 De hoogte van de vaste herhaalvergoeding bedraagt per object € 5.000, dan wel € 2.500, indien het een object als bedoeld in artikel 2.8a betreft. 3 Het Instituut bepaalt of de schade dient te worden opgenomen overeenkomstig artikel 2.9 . 4 Het Instituut kan de aanvrager een definitief aanbod voor een vaste herhaalvergoeding doen. Onderdeel van het aanbod is het bepaalde met betrekking tot de finaliteit in artikel 2.10 . Als de aanvrager het aanbod accepteert, komt een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW tot stand. 5 Nadat de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in het vierde lid tot stand is gekomen, neemt het Instituut een besluit op de aanvraag en keert het de vaste herhaalvergoeding uit. 6 Het Instituut doet geen definitief aanbod als bedoeld in het vierde lid, of wijst een aanvraag voor een vaste herhaalvergoeding af, indien: a. niet aan één of meer van de in het eerste lid genoemde voorwaarden is voldaan; b. het Instituut heeft bepaald dat een opname van de schade plaats dient te vinden en deze opname door toedoen van de aanvrager niet heeft plaatsgevonden; c. sinds de laatste aardbeving als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, de keuze voor de vaste herhaalvergoeding is aangeboden en hiervoor niet is gekozen, tenzij de aanvrager voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de vaste herhaalvergoeding; d. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het vierde lid, niet heeft aanvaard; of e. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik.