BWBR0046981
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.8c
Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022
c. Definitief aanbod aanvullende vaste vergoeding ... 1 Het Instituut kan de aanvrager een definitief aanbod voor een aanvullende vaste vergoeding doen. Onderdeel van het aanbod is het bepaalde met betrekking tot de finaliteit in artikel 2.10 . Als de aanvrager het aanbod accepteert, komt een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW tot stand. 2 Nadat de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid tot stand is gekomen, neemt het Instituut een besluit op de aanvraag en keert het de aanvullende vaste vergoeding uit. 3 Het Instituut doet geen definitief aanbod als bedoeld in het eerste lid, of wijst een aanvraag voor een aanvullende vaste vergoeding af, indien: a. niet aan één van de in artikel 2.8b genoemde voorwaarden is voldaan; b. het Instituut heeft bepaald dat een opname van de schade plaats dient te vinden en deze opname door toedoen van de aanvrager niet heeft plaatsgevonden; c. de aanvrager nog niet voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt; d. voor het object op 14 december 2023 of later de keuze voor een vaste vergoeding is aangeboden en niet voor die vergoeding is gekozen, tenzij de aanvrager in de procedure waar dat aanbod is gedaan voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de vaste vergoeding; e. voor het object eerder is gekozen voor de individuele maatwerkbeoordeling, als bedoeld in hoofdstuk 2a , en in de aanvraagprocedure is aangegeven dat een keuze voor de individuele maatwerkbeoordeling betekent dat later niet meer gekozen kan worden voor de aanvullende vaste vergoeding, tenzij de aanvrager in de aanvraagprocedure waar die informatie is gegeven voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de aanvullende vaste vergoeding; f. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het eerste lid, niet heeft aanvaard; of g. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik. 4 Het derde lid, aanhef en onderdelen d en e, zijn niet van toepassing indien de woning is verkocht en overgedragen en de oude eigenaren door het Instituut niet zijn gevraagd om te bevestigen dat de schade volledig is opgenomen.