1. De omzetbelasting die na 30 juni 2022 wordt verschuldigd ter zake van leveringen en diensten ter zake waarvan ingevolge artikel Ihet tarief met ingang van 1 juli 2022 wordt verlaagd en die worden verricht vóór de laatstgenoemde datum, wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht.
2. Ingeval omzetbelasting in de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022 wordt verschuldigd ter zake van leveringen en diensten ter zake waarvan ingevolge artikel IIhet tarief met ingang van 1 januari 2023 wordt verhoogd, wordt hetgeen meer verschuldigd zou zijn geweest indien de belasting zou zijn berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht, alsnog verschuldigd op het tijdstip van de afrekening van de verbruiksperiode.
3. De omzetbelasting die na 31 december 2022 wordt verschuldigd ter zake van leveringen en diensten ter zake waarvan ingevolge artikel IIhet tarief met ingang van 1 januari 2023 wordt verhoogd en die worden verricht in de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022, wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht.
1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 2022 met dien verstande dat de artikelen IVen VIterugwerken tot en met 1 april 2022.
2. In afwijking van het eerste lid treedt, indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2022, deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat:
a. zij ten aanzien van de artikelen I en III terugwerkt tot en met 1 juli 2022;
b. zij ten aanzien van de artikelen IV en VI terugwerkt tot en met 1 april 2022.